InfoCash

Artikel

De Smit Rotterdam, een supersterke sleepboot

Auteur: drpaddo | geschreven op 24-11-2010

Smit Rotterdam een bedrijf wat voor verschillende takken in de scheepvaart verantwoordelijk is, voor het binnen halen van zeeschepen het bergen van wraken en het verslepen van booreilanden, maar ook bij rampen zoals met olie en dergelijke komt Smit Rotterdam in actie. Dit artikel gaat over de sleepvaart voornamelijk het krachtige schip de Smit Rotterdam.


De eerste sleepboten

In 1892 was het de eerste stoomsleper van Smit de Noordzee, die met een machine vermogen van 750 pk al werd gerekend tot een van de sterkste eenheden van ruim honderd jaar geleden. De zeegaande stoomslepers hadden daarna een vermogen dat opliep van 1200 naar 1500 pk tot in 1933 de eerste motorsleepboot werd gebouwd in Kinderdijk. Deze derde Zwarte Zee werd in dat jaar in dienst gesteld en beschikte over 4200 pk. Dit schip bleef decennia lang de sterkste sleepboot van Smit en zelfs van de wereld tot aan het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw toen de nog zo goed als nieuwe tweeling Clyde en Elbe werd opgevoerd van de oorspronkelijke 3750 pk naar 4500 pk. De scheepvaart kreeg daarna te maken met een enorme schaalvergroting. Te verslepen boorplatforms verschenen op de wereld zeeën. Supertankers met enige honderdduizenden tonnen van de scheepshellingen en moesten in geval van nood eveneens versleept kunnen worden. Om een antwoord te geven op deze ontwikkelingen, ontwierpen de mannen van Smit in 1963 een bouwwerf met een nieuwe sleper dit werd de vierde Zwarte Zee met 9000 pk, met meer dan een verdubbeling in vermogen in vergelijk met haar naamgenoot/voorganger. Nog steeds bleek de top niet bereikt, want voornamelijk door technische aanpassingen werden de Drie rond 1970 gebouwde slepers, Noordzee, Rode Zee en de poolzee, zelfs in dienst gesteld met 11.000 paardenkrachten onderdeks.

De grote vraag in de sleepvaart voldoen

Nog steeds nam in de jaren zeventig de wereldscheepvaart in omvang en intensiteit toe, Dat leiden ertoe dat men in Rotterdam nadacht over de manier om op werkelijk alle vragen naar sleepcapaciteit een antwoord te kunnen geven. De oplossing werd gevonden in het ontwerpen van de zusterschepen Smit Rotterdam en Smit Londen. De trekkracht en het motorvermogen werden bepaald door simpelweg twee motoren in te bouwen van het kaliber waar een paar jaar eerder het Noordzee-trio over kon beschikken. 22.000 pk, ongekende ruim dertig jaar later, nog steeds nauwelijks overtroffen. In 1984, negen jaar nadat het duo in dienst werd gesteld werd er nog een derde zuster met bijna gelijk uiterlijk aan de vloot toegevoegd, de Smit Singapore. Het verschil met haar twee oudere zusters zat niet in het motor vermogen, maar voornamelijk in de technische mogelijkheden op het achterdek, waardoor ook ankerbehandeling van grote booreilanden tot de mogelijkheden behoorde.

Enige bijzonderheden van de Smit Rotterdam

-Bouwwerf: Scheepswerf de Merwede, Hardinxveld-Giessendam
-Lengte over alles 74,75 m.,Lengte tussen de loodlijnen 65,00 m.,Breedte over alles 15,68m.
-Breedte over de spanten 15,30 m., holte 7,60 m., diepgang 6,40 m.
-voortstuwing: Twee T.M. 410 dieselmotoren van Stork-Werkspoor
Twee 4-bladige verstelbare schroeven in staalbuizen
650 pk sterke boegschroef
Sleepgerei: Twee sleeplieren met trommels, uitgerust met 1300 meter staaldraad van 9 duim
Speciale extra lier voor een 55 meter nylon rekker van 2 x 21 duim
-Alle moderne communicatie- en navigatieapparatuur
-Pompcapaciteit voor bergingen: diverse pompen in totaal 1800 ton per uur
-Elektrische installatie: drie 750 pk hoofdgenerator leveren 380 en 440 volt. Bovendien een verplaatsbare 440 volt generator en vier 220 volt generatoren.
-Persluchtcompressoren, brandblus installatie, waaronder een bluspomp met een capaciteit van 400 ton per uur. Drie waterkanonnen, brandblusaansluitingen op diverse dekken, evenals schuim- en poederblusfaliciteiten.
-Drie bergingsankers op het achterdek onder bereik van drie hydraulische dekkranen.
-Er is 70 ton zoetwater aan boord, evenals een verdamper met de capaciteit van 10 ton per dag.
-Twee werkboten en een rubberboot met een vermogen van resp. 25 en 20 pk.
-Volledig uitgeruste werkplaats met draaibank, boor- en schaafmachines, evenals alle soorten lasapparatuur.
-Twee complete duikersets met een duikcompressor.
-Uitgebreid dichtingmateriaal aan boord.
-10 ton bestrijdingsmiddelen en een sproeisysteem tegen olievervuiling.

Het te water laten van de Smit Rotterdam

Op 6 december 1974 werd de Smit Rotterdam gedoopt en te water gelaten door H.M. Koningin Juliana. Op 9 april van dat jaar woonde zij de technische proeftocht bij. De Smit London werd op 13 mei 1975 te water gelaten door Heidi Ruis, de toen 13-jarige dochter van de bankwerkerbaas van de werf De Merwede. De doop werd van dat jaar verricht door Lady H. Fox de echtgenote van de burgemeester van Londen. In de jaren tachtig werd duidelijk dat de bomen wat betreft de sleepvaart niet tot de hemel groeide. Zware transportschepen hadden een deel van de markt voor het vervoer van de boorplatforms in beslag genomen. De sleeptarieven ondervonden daarvan een neerwaartse druk. Grote concurrent was Wijsmuller uit IJmuiden. In 1991 besloten beide ondernemingen de krachten wat betreft de grote zeescheepvaart te bundelen in Smit Wijs Towage C.V. met vestigingen in Rotterdam en IJmuiden. Dat bleek een goede zet, want de opbrengsten voor het verslepen verbeterde omdat de concurrenten van weleer niet meer onder elkaars prijzen doken.

SmitWijs

De Smit Rotterdam bleef aanvankelijk onder haar eigen naam varen, maar met de vermelding SmitWijs aan bak een stuurboord op de romp. Dat zelfde was het geval voor de zusterschepen. Vervolgens werden de namen van alle slepers in het samenwerkingsverband in 1998 voorzien van het voorvoegsel SmitWijs. In de loop van het eerste decennium van de eerste eeuw moesten voor de giganten onder de zeeslepers een aantal technische aanpassingen worden gedaan om de schepen up-to-date te houden en werd, waar mogelijk, het voor de gezondheid gevaarlijke asbest verwijderd. Kostbare maatregelen, die kostendekkend varen er niet eenvoudiger op maakten. Gedurende de tijd kwamen ook elders in de wereld sterke sleepboten op de markt verschenen, die echter naast hun trekkracht ook de taak van bevoorradingsschepen op zich konden nemen. Door de overname van Wijsmuller door het Deense Svitser in 2000 verscheen een nieuwe speler in de sleepvaart. Smit besloot in 2007 tot terugtrekking uit de sleepvaart en zich te concentreren op berging, haven- en terminale sleepdienst. Met Sviter werd een overeenkomst gesloten waardoor de drie zusters SmitWijs Rotterdam, SmitWijs London en SmitWijs Singapore in handen van de Deense rederij met een vestiging in Hoofddorp kwamen en onder Nederlandse vlag bleven varen. De namen werden veranderd door simpelweg SmitWijs te laten vallen. De schepen heten sindsdien Rotterdam, London en Singapore. Ze kregen een donkerblauwe romp en schoorstenen, met een crèmekleurige band in de rookkanalen en daarin het eveneens donkerblauwe logo van Svitser in de vorm van een schroef

De toekomst

Dankzij een forse stijging van de sleepprijzen is het anno 2010 nog steeds lonend de schepen in de vaart te houden. Ze worden overal in de wereld ingezet, met vaak nog Nederlandse officieren aan boord. Regelmatig zijn ze ook te bewonderen in Nederlandse havens. De tijd zal het eren hoe lang we nog mogen genieten van de fraaie schepen, die typerend zijn voor het markante tijdperk van de Nederlandse sleepvaart