VOC schepen en de handel
Auteur: andredierick | geschreven op 22-04-2010
De VOC was de eerste grote handelsmaatschappij van de wereld. VOC staat voor Verenigde Oost-Indische Compagnie. Die compagnie werd in 1602 opgericht. In het Zeeuwse Middelburg was een vestiging van de VOC. Daar werden bijna twee eeuwen lang gemiddeld per jaar vier schepen gebouwd.
Jakobsstaf en veel rekenwerk
De Oost-Indiëvaarders voeren uit vanuit fort Rammekens, dat enkele kilometers ten oosten van Vlissingen ligt. Zij voeren via Kaap de Goede Hoop naar Azië. De schippers van de VOC schepen kregen langdurig onderwijs met veel wiskunde en werden voorzien van kaarten en aanwijzingen om te zeilen. Maar de kaarten bestonden slechts uit summiere tekeningen met soms beschrijvingen hoe een kust er uitzag.
Er waren slechts simpele instrument aan boord, waarmee ongeveer kon worden geschat, waar men ongeveer zat ten opzichte van de evenaar. Met een Jakobsstaf en beschrijvingen van de stand van de zon en de maan, op een bepaald tijdstip van het jaar, kon met veel rekenwerk ongeveer de koers worden bepaald. Om de stuurman te helpen bij al dit rekenwerk, werd een zogenaamde pleinschaal ontwikkeld, dat als een soort rekenliniaal dienst deed. Hoe ver men naar het oosten of westen was gevaren, was eigenlijk een grote gok. Om te schatten hoe hard men voer, keek de stuurman langszij en volgde een schuimkop langs de scheepsromp.
Wijn alleen voor officieren
Een Oost-Indiëvaarder had soms meer dan 250 opvarenden. Voor het grootste deel waren dat matrozen en soldaten. Er was maar een paar officieren aan boord. Het verschil tussen de bemanningsleden was erg groot. De officieren leefden aan de achterkant van het schip in een kajuit die relatief groot was. Officieren aten er goed van en voor hen was wijn aan boord. De rest van de bemanning verbleef aan de voorkant van het schip. Zij moesten een plek vinden tussen de lading en de kanonnen. Aan boord golden strenge regels. Zo was dobbelen ten strengste verboden, maar dat deden de matrozen toch stiekem.
Het duurde in de achttiende eeuw maanden voordat het schip Azië bereikte. De VOC is rijk geworden met de handel van de goederen uit Azië. Zij betaalden met goud uit Europa en zilver uit Peru dat ze bemachtigden door de slavenhandel.