Oost-Indiëvaarder ‘t Vliegend Hart
Auteur: andredierick | geschreven op 16-03-2010
Meteen na het verlaten van de rede van Rammekens zonk in 1735 de Oost-Indiëvaarder 't Vliegend Hart . Ongunstige wind en tij, maar vooral onkunde van de loods, was er de oorzaak van dat het schip vastliep op een ondiepte van de Deurloo. De Deurloo is een van de drie vaargeulen waar de Oost-Indiëvaarders gebruik van maakten. Sinds 1980 wordt onderzoek gedaan naar het wrak en zijn diverse dingen opgediept.
255 Opvarenden en niemand gered
Fort Rammekens was gebouwd om de toen zeer belangrijke havens van Antwerpen en Middelburg te controleren. Het was tevens een ankerplaats voor de schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De schepen wachtten bij het fort op een gunstige wind om af te varen naar Azië. Maar ‘t Vliegend Hart is kennelijk op een verkeerd moment vertrokken. Er waren destijds 255 opvarenden waarvoor voedsel en drinken was opgeslagen op ‘t Vliegend Hart. De wijn was bedoeld voor de officieren en slechts voor een beperkt deel voor de handel in Azië.
176 Flessen wijn
Er is nog slechts een deel van de oorspronkelijk kist waar de wijn in zat in tact gebleven. Er zaten 176 flessen in de kist die allemaal met de hand zijn geblazen en afgesloten door een kurk. De kurken zijn, zoals bij champagneflessen, vastgezet door middel van een messing draadje. De flessen werden beurtelings rechtop en op de kop in de kist geplaatst zodat er meer in pasten. Tussen de flessen was stro verpakt om stukgaan te voorkomen. Afdrukken van het stro zijn op de flessen teruggevonden. Bij opdieping waren de flessen nog steeds gevuld met wijn. Volgens een vinoloog was de wijn afkomstig van een wijngaard langs de Rijn in Duitsland.
Destijds slechts weinig opgediept
Meteen na het zinken van 't Vliegend Hart hebben bewindvoerders getracht nog iets te redden van het schip en de lading. De naam van de duiker James Bushel komt al voor in een vergadering van 10 februari 1735 amper 8 dagen na het vergaan van het schip. Hij ontving later een contract maar kon niets bereiken zolang de wrakken niet uit elkaar waren geslagen en de resten niet over de zeebodem verspreid lagen. Een contract met de duiker John Mitchell en pogingen om iets op te diepen hadden een gering resultaat. Hetzelfde gold voor William Evans die in het voorjaar van 1736 een contract afsloot.
Een deel van wat later is opgediept uit het wrak van ‘t Vliegend Hart wordt tentoongesteld in het MuZEEum in Vlissingen.