InfoCash

Artikel

Inleiding tot cryptografie en encryptie

Auteur: klavierplezier | geschreven op 29-11-2010

Geheimschrift, vercijfering, versleuteling, codering… Er zijn verschillende namen voor het overbrengen van een bericht zonder dat derden het kunnen begrijpen. In vaktermen heet dit cryptografie of cryptologie.


Geschiedenis

Steganografie is waarschijnlijk de oudste vorm van cryptografie. Bij steganografie wordt een bericht fysiek verborgen. Voorbeelden hiervan zijn reeds terug te vinden in de oudheid. Een stuk papyrus verbergen in de buik van een dood konijn, onzichtbare inkt en andere methoden die niet eens laten zien dat er daadwerkelijk een bericht aanwezig is. Enkele hedendaagse voorbeelden van steganografie zijn de (voor het blote oog meestal onzichtbare) watermerken die worden toegevoegd op digitale afbeeldingen en foto’s. Zo kan de auteur zijn unieke stempel drukken op zijn werk. Ook bij tekstbestanden (digitaal of afgedrukt) en zelfs geluidsbestanden worden deze technieken gebruikt.

Encryptie en decryptie

Cryptografie of geheimschrift verbergt het bericht niet maar probeert het onleesbaar te maken. Enkel de verzender en ontvanger kunnen dit originele, leesbare bericht lezen, dit wordt de klare tekst genoemd. Het versleutelde bericht heet de cijfertekst. Het versleutelen van een bericht of met andere worden het bericht voor derden onleesbaar maken heet encryptie. Het leesbaar maken of ontcijferen heet decryptie. Cryptografie wordt onderverdeeld in twee technieken: vercijfering en code.

Vercijfering

Bij vercijfering worden de posities van de letters in elk woord vervangen (transpositie) of worden de letters vervangen door symbolen (substitutie). Een bekend voorbeeld van transpositieversleuteling dat afstamt uit de tijd van Caesar is het Caesarcijfer, vernoemd naar Julius Caesar die het gebruikte om te communiceren met zijn veldheren. De versleuteling werkt door elke letter van de tekst te vervangen door een vooraf vastgestelde rotatie of verschuiving. Bijvoorbeeld bij een rotatie van 3 wordt elke letter vervangen door de derde volgende letter van het alfabet. A wordt dan D, B wordt E, C wordt F, enzovoort. Deze manier van versleutelen is ook de basistechniek van veel complexere manieren van cryptografie. Het nadeel van transpositieversleuteling is dat ze relatief eenvoudig te ontcijferen zijn. De kunst van het proberen ontcijferen van vercijferde of gecodeerde berichten wordt cryptoanalyse genoemd.

Code

Codes werken op grotere schaal dan individuele letters, ze vervangen hele woorden, soms zelfs hele zinnen. U zou het kunnen vergelijken met een vreemde taal. Elk woord heeft een corresponderend codewoord.

Het doel van cryptografie

Cryptografie is een essentiële, nuttige, veelzijdige en blijvende technologie. Zowel vroeger als nu is het vanzelfsprekend bijzonder nuttig om geheime berichten te versturen. Maar misschien heeft u ook wel al eens een dagboek bijgehouden waarbij u privé informatie verborgen wilde houden voor iedereen behalve uzelf. Het vercijferen van financiële gegevens, creditcardnummers op websites, enz. Cryptografie is dus een hele oude kunstvorm maar de technieken zijn pas echt geëvolueerd vanaf de 15de eeuw toen de geleerde Leon Alberti polyalfabetische substitutie introduceerde. Dit is de basis geworden van de meeste, moderne cryptografie. De laatste decennia is cryptografie ook met grote sprongen geëvolueerd. Sinds de komst van de computer is het mogelijk om enorme hoeveelheden cijfers en algoritmen te gebruiken in geen tijd waardoor het mogelijk is geworden om de complexiteit aanzienlijk te vergroten.