InfoCash

Artikel

De router

Auteur: mabye99 | geschreven op 07-09-2010

Een router is een apparaat, dat twee of meer verschillende computernetwerken aan elkaar verbindt, bijvoorbeeld internet en een bedrijfsnetwerk en pakketten data van de ene naar het andere netwerk verzendt.


De geschiedenis



BBN ontwikkelde eind jaren ’60 de Interface Message Processor voor het ARPAnet, het Amerikaanse defensienetwerk dat beschouwd wordt als de voorloper van het internet. De IMP ondersteunde 50Kbps-verbindingen tussen de verschillende aangesloten terminals.
Bill Yeager ontwikkelde in 1980 aan de Stanford University de multiprotocol router. Het project van Yeager wekte de interesse van Stanford-onderzoekers Len Bosack en Sandra Lerner. Het was een van de aanleidingen voor de oprichting van Cisco.
De AGS (‘Advanced Gateway Server’) kwam in 1986 op de markt als de eerste commerciële multiprotocol router van Cisco. De router ondersteunde (onder meer) TCP/IP en PUP. De hoogst haalbare lijnsnelheid van het systeem was 100Mbps FDDI.
De eerste succesvolle core enterprise multiprotocol router van Cisco was de 7000-serie, die in 1993 op de markt kwam. De 7000-serie is vele jaren lang een belangrijke pijler geweest onder vele bedrijfsnetwerken.
Routers werden verkleind tot chip-niveau, wat de ontwikkeling van Layer 3 switches met zich mee bracht: LAN switches die ook IP-routing konden uitvoeren.

werking

Om de juiste uitgaande poort te kiezen, zoekt de router het bestemmingsadres van het te routeren pakket op in de routeringstabel. Bij het TCP/IP-protocol (zoals op het internet) bestaat een routeringstabel uit een tabel met IP-adressen of gegroepeerde IP-adressen (subnet), en het bijbehorende volgende knooppunt (next-hop). Het volgende knooppunt is doorgaans een andere router, die gekoppeld is via een van de poorten van de router.

Wanneer het bestemmingsadres routeerbaar is, en dus bestaat in de routeringstabel, zal de router het bijbehorende volgende knooppunt gebruiken om de uitgaande poort te bepalen. Het binnenkomende IP-pakket wordt naar de uitgaande poort gestuurd.

De router bouwt een routeringstabel op door route-informatie uit te wisselen met buurrouters. Zo ontstaat een volledig beeld van alle routes in het IP-netwerk. De router zal een routeringstabel opbouwen waarbij het kortste pad wordt gekozen naar de eindbestemming. In andere bewoording: het knooppunt dat gekozen wordt, maakt deel uit van het kortste pad (shortest path).

De volgende routeringsprotocollen kunnen hiervoor gebruikt worden: - RIP (Routing Information Protocol). - OSPF (Open Shortest Path First). - IS-IS Intermediate System to Intermediate System. - BGP (Border Gateway Protocol)

Een router wordt beschouwd als een uitvoerapparaat. Een datapakket mag normaal maar door een bepaald aantal routers heen gaan voor het op zijn eindbestemming aankomt, bepaald door de TTL-waarde (Time to Live) van het pakketje. Een router staat vaak in verbinding met een gateway, of functioneert zelf als dusdanig.

extra functies

Een consumentenrouter heeft nog enkele extra functies. Naast het routeren van het netwerkverkeer tussen de interne poorten en de internetpoort, zit in de router nog een DHCP-server ingebouwd, zodat computers hun IP-adres van de router krijgen, wat de configuratie van het netwerk vergemakkelijkt. Ook is een NAT-functie aanwezig, zodat meerdere apparaten aan een verbinding met maar een IP-adres aangesloten kunnen worden, zoals meestal bij kabel- en ADSL-modems het geval is. Verder beschikken consumentenopties tegenwoordig ook over een aantal beveiligings-, logging- en doorvoerfuncties, en is soms een firewall ingebouwd. Overigens vervult de NAT-functie deels al de rol van een firewall doordat verbindingen van buitenaf niet opgebouwd kunnen worden zonder dat dit specifiek is ingesteld.


InfoCash

Artikel