InfoCash

Artikel

Herman de stier

Auteur: JoostB | geschreven op 22-11-2010

Een aantal jaren geleden was er het plan om de eerste transgene stier voort te brengen. In dit artikel meer.


Herman, de eerste transgene stier

In eerste instantie wilde GhenePharming koeien ontwikkelen die transgeen waren, om zo de productie van lactoferrine in de melk van de koeien op gang te brengen. GhenePharming wilde onderzoeken of met lactoferrine in de melk uierontsteking die bij koeien vaak ontstaat, kon worden voorkomen. Ook kon het gebruikt worden voor de productie van medicijnen tegen infectieziektes.
Herman was het enige van de 20 genetisch gemanipuleerde embryo’s dat overleefde en zich goed ontwikkelde. Het enige minpunt was dat Herman een stier en dus geen koe was.
De onderzoekers probeerden Herman nakomelingen te laten produceren, wat dan wel koeien moesten worden. Die zouden immers wel het menselijke gen voor lactoferrine bezitten. Het lukte, en Herman kreeg uiteindelijk 55 nakomelingen. Niet bereikt is de gehoopte lactoferrine te produceren.

De techniek die is gebruikt om Herman te ‘maken’.

Om Herman voort te brengen moesten er een paar stadia worden ondergaan, wat begon met een menselijke cel, waaruit het DNA werd gehaald. Daarna werd uit het DNA het gen voor lactoferrine geknipt, waarna het gen werd gekopieerd.
Vervolgens werd de eicel van een koe, in dit geval de toekomstige moeder van Herman, kunstmatig bevrucht. De eenmaal bevruchte eicel werd geïnjecteerd met het menselijke lactoferrine-gen, en het gen werd opgenomen in het DNA van de koeien-eicel.
Hierna komen we aan bij het laatste stadium van de techniek: de ontwikkeling van de bevruchte eicel. Na de bevruchting kwam dus de bevruchte eicel met het lactoferrine-gen,
en als alles goed ging zou de eicel zich tot een embryo moeten delen. Het embryo werd in de baarmoeder van de koe geplaatst, en na 9 maanden kwam stier Herman die in het bezit was van het menselijke lactoferrine-gen.

Mocht het experiment wel doorgaan?

Het biotechbedrijf GhenePharming wilde graag verder met Herman experimenteren, er waren echter een paar voors- en tegens.
De voorstanders van het experiment wilden Herman nakomelingen laten krijgen, zodat die ook het lactoferrine zouden bezitten. Bovendien zou het eiwit gebruikt kunnen worden voor de productie van medicijnen voor de mens, voor genezing van bijvoorbeeld hemofilie.
Echter, de tegenstanders spraken over een alternatief dat in de Verenigde Staten in ontwikkeling was. Ze zouden het lactoferrine ook kunnen krijgen door genetisch gemanipuleerde schimmel. Er zouden dus helemaal geen koeien nodig zijn voor de productie van het eiwit. Dieren genetisch manipuleren is zoiezo verboden, tenzij er zich speciale gevallen voordoen, zoals bij Herman.
Maar de voorstanders hadden weer hun twijfels over de bruikbaarheid van de met schimmels opgewekte lactoferrine. Uiteindelijk is er in 1994 besloten Hermans’ dochters toch in te zetten voor de verdere productie van lactoferrine, mits het alleen gebruikt zou worden voor medische doeleinden. Ook moest Herman in 1997 gecastreerd worden, waaraan hij zijn leven te danken had.
Een paar jaar later kreeg Herman artrose, en op 2 april 2004 lieten ze hem inslapen.