InfoCash

Artikel

Bio-industrie

Auteur: cdehaas | geschreven op 23-06-2011

De bio-industrie is op dit moment een big-issue in Nederland. Velen vinden dat deze business verboden moet worden. Maar kan dat zomaar? ZIjn we daarvoor niet al veel te veel gewend geraakt aan relatief goedkope dierlijke producten? O


Een remedie voor de bio-industrie?

Als je op straat aan mensen zou vragen wat ze van de bio-industrie vinden, dan krijg je veelal de volgende antwoorden: “Slechte zaak, zielig, dierenmisbruik, onnodig dierenleed, afschaffen!” En ga zo nog maar even door. Het mag duidelijk zijn dat de bio-industrie niet echt een heel positief imago heeft. Maar toch bestaat het nog steeds. Als deze sector alleen maar nadelen zou hebben, dan was de bio-industrie, ook wel vee-industrie genoemd, allang verdwenen. Er moeten dus eveneens voordelen zijn. Nu de vraag: wat weegt zwaarder, de pluspunten of de minpunten? En kunnen we deze hele bedrijfstak, die al zoveel dierenleed heeft veroorzaakt, niet gewoon helemaal afschaffen?

De afgelopen decennia zijn we steeds meer vlees gaan eten. Je zou kunnen zeggen dat dit begon na de Tweede Wereldoorlog. De welvaart nam toe en we kregen meer te besteden. Veel luxegoederen kwamen voor het eerst voor een groot publiek beschikbaar. Daarbij zag men de toekomst weer kleurrijk in na de oorlogen en de jaren van crisis. Dit had tot gevolg dat de bevolking explosief toenam. Om al deze mensen te kunnen voorzien van voedsel moest er meer worden geproduceerd. En dit zo goedkoop mogelijk, anders zou onze koopkracht afnemen. De bio-industrie was een feit. In het landschap herrijzen steeds meer enorme stallen die veel kleinere bedrijfjes opslokken. Alles moet groots, goedkoop en puur gericht op de mens. Dieren worden met grote getalen opgesloten in kleine hokken. Veel daglicht krijgen ze niet te zien. Ze worden slecht behandeld: het voer voorziet de dieren lang niet altijd in een gezond eetpatroon en ze worden vaak onverdoofd gecastreerd en ontstaart. En dit alles heeft vele gevolgen. Zo kampen veel grote bedrijven met een mestoverschot. Er leven te veel dieren op een te klein oppervlak en de omliggende grond kan al deze dierlijke reststoffen niet verwerken. De vleesindustrie zorgt voor een groot aandeel in de koolstofdioxide-uitstoot. Bovendien is er een verhoogde kans op uitbraak van dierenziektes, zoals de gekkekoeienziekte of mond- en klauwzeer. Beesten zitten zo dicht op elkaar dat er maar iets hoeft te gebeuren of de ziekte is al verspreid over de halve veestapel.Dit alles is gruwelijk om aan te horen, maar deze sector kan alleen bestaan doordat wij er naar vragen, de bekende marktwerking. De bio-industrie is de goedkoopste manier om veel vlees en aanverwante producten te produceren. De prijzenoorlog tussen de supermarkten werken deze manier van boeren in de hand. Agrariërs worden mede hierdoor gedwongen om op deze manier te handelen, het wordt anders simpelweg te duur. Als wij hier allemaal biologisch moeten produceren, zullen veel dierlijke producten wel uit het buitenland gehaald worden. Veel consumenten willen nou eenmaal goedkope producten. Zie je in de winkel twee bakjes kipfilet liggen, de ene drie euro duurder dan de ander, maar wel biologisch. Voor welke kies je dan? Aan de smaak zal je het niet proeven… Blijkbaar geven mensen er niet zoveel om waar hun eten vandaan komt, zolang het maar lekker is. Of mensen worden niet goed voorgelicht, dat kan natuurlijk ook. Een derde reden kan zijn dat mensen de bio-industrie gewoon een goede oplossing vinden. Het is namelijk wel erg efficiënt. Zo maken ze hier bijvoorbeeld vaak gebruik van een aangepast dag-en-nachtritme. Dit zorgt ervoor dat er een optimaal aantal eieren wordt gelegd door de kippen. Als we evenveel vlees willen blijven eten, maar dat wel allemaal op een biologische manier willen hebben, dan hebben we veel meer ruimte nodig. Daar is simpelweg geen plek voor in ons kleine landje. We zijn al één van de meest dichtbevolkte landen op aarde. Dat kunnen we gewoon niet opbrengen. Deze visuele cirkel kunnen we alleen doorbreken als we minder vlees gaan eten. Dan is een volledig biologische productie een stapje dichterbij. Maar zover is het nog lang niet. Een goede kennis zit zelf in de agrarische sector en bezit een pluimveehouderij. Er staan een paar enorme schuren achter z’n woning. De kippen kunnen daar vrij rondlopen, al blijft het bij een korte wandeling binnen de muren. Bovendien zitten er veel kippen in één schuur. Veel boeren worden genoodzaakt tot deze schaalvergroting. Zoals eerder genoemd levert een klein bedrijf gewoon te weinig op. Wel is het zo dat biologische producten steeds gretiger afzet vinden. Maar dat gaat beetje bij beetje. Op dit moment neemt de bio-industrie nog steeds 75 procent van de totale productie van dierlijke producten voor z’n rekening. Veel boeren willen wel weer terug naar een meer natuurlijke en kleinschaligere omgang met hun dieren, maar vaak is dat financieel niet mogelijk.Er is geld nodig, veel geld, dat is de enige manier om de bio-industrie voorgoed te stoppen. De overheid zou biologisch vlees moeten subsidiëren en bovendien consumenten moeten aanmoedigen tot het minder consumeren van dit product. Daarnaast hebben boeren die hierdoor gedupeerd worden, omdat ze hun vlees niet meer kwijt kunnen, recht op een vergoeding en hulp bij het zoeken naar ander werk. Als er minder vlees hoeft te worden geproduceerd, is het namelijk een logisch gevolg dat velen hun baan zullen verliezen. We zitten in tijden van crisis. Extra werklozen zitten we echt niet op te wachten. En in deze tijden van bezuinigingen moet het geld dat beschikbaar is ook zo goed mogelijk worden besteed. Het stimuleren van biologische producten en daarmee een einde maken aan de bio-industrie zal daardoor waarschijnlijk vooruitgeschoven worden. Een einde is dus nog zeker niet in zicht. We moeten ons erbij neerleggen. 

Het lijkt er op dat er geen weg meer terug is. Nederland is zo welvarend geworden dat de natuur soms het onderspit moet delven. Dieren zijn onder gesteld aan mensen en zo moet dat ook blijven. Natuurlijk moeten we waar kunnen wel dit element in onze gedachten houden. Nu gaat het gelukkig al de goede kant op, we consumeren steeds meer biologische producten. Daardoor zal de bio-industrie een steeds kleinere rol gaan spelen. We moeten deze sector niet gaan verbieden, laat de tijd z’n werk doen. Ik ben er van overtuigd dat het dan vanzelf zal verdwijnen. Het is makkelijk ergens tegen te zijn, bijna iedereen is tegen oorlog, tegen criminaliteit, tegen aids en zo ook tegen de bio-industrie. Zelfs veel boeren zullen deze mening delen, die willen toch ook het beste voor hun vee. Samen kunnen we deze praktijken stoppen, start vandaag nog, voor een beter begin van morgen! Wat ga jij nu doen als je in de winkel staat?.