InfoCash

Artikel

De aarde in het heelal.

Auteur: pompstra82 | geschreven op 01-07-2010

Draaiend door het heelal is de aarde een klein maar opmerkelijk onderdeel van de kosmos. Stormen'getijden, aardbevingen en gletsjers behoren tot de natuurkrachten die het land vorm geven en houden het rusteloze aardoppervlak in een staat van zeer geleidelijke maar aanhoudende verandering.


Waar bevindt zich de aarde in het zonnestelsel?

De negen planeten cirkelen met de preciesie van een uurwerk om het middelpunt van het zonnestelsel. Mercurius staat het dichtst bij de zon, gevolgd door venus, die bijna net zo groot is als de aarde en onze naaste buur is. De aarde, de derde planeet, bevindt zich op ruim 149,6 miljoen km afstand van de zon. Nog verder weg ligt mars, gevolgd door een gordel van miniplaneten, de astroïden. De vijfde en tevens grootste planeet, is de op een na grootste en is vooral bekend vanwege zijn ringen. Dan volgen uranus van neptunus. Tnslotte is er pluto, de negende en buitenste planeet. Hoewel men lang heeft gedacht dat mercurius de kleinste planeet was, hebben recente ontdekkingen aangetoond dat pluto kleiner is, zelfs kleiner dan onze maan, die een middenlijn heeft van 3476 km.

Waarom schijnt de zon?

De zon, bron van de voortdurende warmte die voor het leven op aarde onmisbaar is, bestaat uit een gasvormige bol met een middellijn van ca 1,392 miljoen km. De temperatuur in haar binnenste bedraagt miljoenen graden en door uitbarstingen aan de oppervlakte worden stromen gloeiende gassen tienduizende kilometers de ruimte ingestoten. Zelfs in onze tijd, nu de geleerden de processen die zich in de zon afspelen beginnen te begrijpen, blijft de omvang van haar kracht moeilijk te bevatten. De bron van de zonneënergie bevindt zich in de thermonucleaire kern diep onder het zichtbare oppervlak. In die kern heersen temperaturen, die kunnen oplopen tot ruim 16,5 miljoen graden celsius en de daar aanwezige gassen (voornamelijk waterstof en helium) worden samengeperst tot een dichtheid van 14 maal die van lood. Door de hitte en druk wordt waterstof via thermonucleaire reacties omgezet in helium, waarbij enorme hoeveelheden energie vrijkomen. Deze energie gaat vervolgens door een brede zone van hete gassen die de kern omgeeft en bereikt tenslotte de oppervlakte van de zon, vanwaar ze zich als hitte en licht in de ruimte verspreidt.

Wat is het zonnestelsel?

De zon is maar een van miljarden sterren in het heelal. Op haar reis door de ruimte cirkelt een reeks andere hemellichamen om haar heen en samen vormen zij het zonnestelsel. De grootste objecten die door het zwaartekrachtveld van de zon in hun baan worden gehouden zijn de negen ons bekende planeten, waaromheen weer eigen satelieten of manen bewegen. Ook draaien om de zon duizend astroïden, die zich gedragen als kleine planeten. Nog kleiner zijn de ontelbare meteorieten: meetaal- en rotsblokken die soms, langs de aarde flitsend, de nachtelijke hemel doen oplichten en dan vallende sterren worden genoemd. Tenslotte behoren, behalve interplanetair stof en gas, ook de kometen tot het gevolg van de zon. Deze geheimzinnige staarten van licht bewegen zich langs enorme banen door het heelal, dringen soms ons zonnestelsel binnen en blijven dan dagen of maanden zichtbaar, waarnaar ze weer voor jaren of zelfs eeuwen in de onpeilbare diepten van heelal verdwijnen.

Waar bevindt zich het zonnestelsel?

Net zoals de aarde om de zon draait, beweegt ook de zon zelf en wel om het centrum van het melkwegstelsel. Tot deze verzameling van zo'n tweehonderdmiljard sterren behoort elke ster die wij met het blote oog kunnen zien. De zwak schijnende sterrenhoop aan de hemel die gewoonlijk de melkweg wordt genoemd, is daar eigenlijk maar een klein deel van. Konden we de hele melkweg aanschouwen, dan zouden we een enorme discus zien, die van bovenaf zou lijken op een speelgoedmolentje met lange wieken van sterren en gas die in spiralen om het centrum cirkelen. Ons zonnestelsel bevindt zich in een van die wieken, ver buiten het hart van het melkwegstelsel. Omdat de gehele melkweg om een mysterieus middelpunt roteert, bewegen de sterren die dicht bij het centrum staan sneller dan de verder verwijderde zonnen. Onze zon en naburige sterren, die met een snelheid van 240 km per seconde door de ruimte razen, doen 225 miljoen jaar over één galactische omloop.

Hoe groot is het melkwegstelsel?

De ontmeetelijkheid van de ruimte tart elke verbeelding. De afstanden zijn zo enorm, dat astronomen niet met kilometers maar met lichtsnelheden rekenen. Licht beweegt door een vacuüm met een snelheid van bijna 300.000 km per seconde. Het licht van de zon bijvoorbeeld doet er acht minuten over om de aarde te bereiken. Maar naar astronomische maatstaven is die afstand maar een peuleschilletje. Bij het berekenen van de grootte van het heelal gebruiken de astronomen het lichtjaar: de afstand die het licht in één jaar aflegt, ongeveer 9461 miljard km. De dichtsbijzijnde sterren in de melkweg staan op een afstand van 4,3 lichtjaar van onze zon. Het gehele stelsel heeft een middellijn van ongeveer 100.000 lichtjaar. En ver voorbij onze melkweg, in de ruimte van het heelal, ijlen ontelbare andere melkwegen door de oneindigheid van het universum.

Waarom wisselen de jaargetijden?

Dag en nacht ontstaan omdat de aarde draait om haar as, dat wil zeggen: om de denkbeeldige lijn die noord- en zuidpool met elkaar verbindt. De jaargetijden worden veroorzaakt door de wisselende stand die de aarde tijdens haar omloop aanneemt ten opzichte van de zon. Tijdens de jaarlijkse baan om de zon staat, tengevolge van de stand van de aardas, de noordpool een deel van het jaar naar de zon toegwend. Dan is het zomer op het noordelijk halfrond: de dagen zijn lang en warm gedurende enige tijd wordt het in de poolstreken geen nacht. Dat is de periode waarin de noordelijke streken zich koesteren in het licht van de middernachtzon. 's winters, als de aarde aan de andere kant van de zon staat, is de noordpool van de zon afgewend en koelt het noordelijke halfrond af. Maandenlang is het hoge noorden dan gehuld in een permanente duisternis. In die periode staat de zuidpool naar de zon toegewend en mag het zuidelijk halfrond zich in lange zomerse dagen verheugen. De zomerse zonnewende vindt op het noordelijk halfrond op 21 en 22 juni plaats; dan is het de langste dag, die het begin van de zomer aankondigt. De winterse zonnewende, omstreeks 21 december, is de kortste dag en wordt beschouwd als de eerste dag van de winter. Het begin van de lente en de herfst wordt aangekondigd door de nachteveningen. De lentenachteveningvalt omstreeks 21 maart; de herfstnachtevening op 21 of 22 september. Op deze dag valt de scheidslijn tussen licht en donker precies over de noord- en zuidpool en over de gejhele wereld duren dag en nacht dan (bijna) even lang. De lengte van de dagen wordt voor de rest bepaald door de geografische breedte. Op plaatsen langs de evenaar duren dag en nacht altijd even lang. Op onze breedte duurt de langste dag, op 22 juni, bijna 17 uur en de kortste, op 22 december, iets langer dan 7,5 uur.