InfoCash

Artikel

Ontdek de fascinerende natuur van de Teut

Auteur: Eburonia | geschreven op 15-06-2010

De Teut te Zonhoven is een prachtig natuurgebebied met een oppervlakte van 302 ha en het vormt één geheel met het nabijgelegen natuurreservaat Ten Haagdoornheide.
Dit wondermooie natuurgebied, gelegen in Midden-Limburg, nodigt uit tot wandelen, tot rust komen en daarbij een fascinerende natuur ontdekken want de Teut heeft zoveel méér te bieden dan de veel bezongen purperen heide.
Ga met ons mee en ontdek de fascinerende plantenwereld van de Teut.


Gagel en gagelbier.

Gagel of Myrica Gale is een aromatische struik die tussen de 60 cm en 1,5 meter hoog wordt. Omdat hij sterk in aantal achteruit gaat is hij beschermd.
De struik is tweehuizig en dus zitten (meestal)alleen mannelijke of alleen vrouwelijke katjes aan een struik. Maar 'n opmerkelijke bijzonderheid van de gagelstruik is dat hij kan veranderen van geslacht. Zo kan hij het ene jaar mannelijke katjes dragen maar het jaar erna alleen vrouwelijke.
Tot in de vroege middeleeuwen maakte gagel steevast deel uit van het gruut. Gruut is een mengeling van planten die gebruikt werden om bier te aromatiseren. Het gebruik van gagel bij het bierbrouwen geraakte stilaan in onbruik, en werd vervangen door hop. Dit gebeurde onder invloed van de Beierse bierbrouwers, maar ook mede onder invloed van de kerk die gagel afkeurde omdat gagel opwekkend en stimulerend werkt, terwijl hop daarentegen rustgevend is.
Vanaf de 18° eeuw werd gagel volledig verdrongen door hop in de bierbrouwerij. Toch kan je de dag van vandaag nog van een echt gagelbier genieten, want de Gageleer is een ambachtelijk bier dat in de Kempen gebrouwd wordt.

Planten in en rond de wijers.

Bij een wandeling op de Teut kom je zeker ook wijers of waterplassen tegen. Daar vindt je enkele opmerkelijk waterminnende planten zoals zonnedauw, veenpluis en veenbessen.

Zonnedauw of Drosera is een vleesetende overbijvende plant met omgekeerd ei-vormige bladeren met kleverige tentakels. Hiermee vangt de zonnedauw insecten waarna het blad zich oprolt rond het gevangen insect. Bij de vertering van de insecten komen enzymen vrij die dan door de plant als voedsel opgenomen worden.

Aan de rand van de wijers zie je het frele witte veenpluis of Eriophorum angustifolium stralen in de zon. Veenpluis maakt deel uit van de cypergrassenfamilie en groeit op vochtige zure grond. Het ontleent zijnnaam aan het lange, witte vruchtpluis.
In vroeger tijden werd veenpluis gebruikt als vulling voor kussens en slaapzakken (matrassen).

Een ander vochtminnend plantje is de veenbes of Oxycoccus,een geslacht in de heifamilie (Ericaceae). Er zijn grote veenbes of cranberry en de kleine veenbes.
Veenbessen zijn rijk aan vitamine C en erg goed tegen urinewegeninfecties.De bessen zijn lichtrood tot donkerrood en zijn een gegeerde lekkernij als begeleiding bij wildgerechten.

In de wijers zelf vindt je prachtige waterlelies of Nymphea's waarrond kleurige libellen vliegen op zonnige dagen.

Hoe schoon op de wereld de purperen hei...

Dit liedje kent natuurlijk iedereen en het is waar, het is 'n onwaarschijnlijk mooi tafereel als de heide bloeit en het ganse landschap in een warme paarse gloed hult.
Op de Teut komen er twee verschillende soorten heide voor: de struikheide of Calluna Vulgaris en de dopheide of Erica. Dopheide komt eerder voor op natte plaatsen en struikheide op drogere plekken. Dopheide is wintergroen en bloeit roze van juni tot september.
Struikheide bloeit met paarsrode, roze of soms witte, naar 1 kant gekeerde dichte trossen van juli tot september. Ze komt dus iets later in bloei dan de dopheide. Aan de paarsrode bloemen van de struikheide dankt het befaamde liedje zijn naam.

Duivelsnaaigaren

Een heel speciaal plantje dat je zeker niet gemakkelijk zal opvallen als je er niet speciaal op let, is het duivelsnaaigaren of klein warkruid (Cuscuta Epithymum). Dit is een echte parasietplant want ze heeft geen bladgroen en kan dus niet zorgen voor haar eigen voedselvoorziening door fotosynthese.
Deze 1-jarige parasiet leeft op jonge 1-jarige heideplanten of op de jonge nieuwe uitlopers van heideplanten na het maaien van een heidevlakte. Op oudere planten kan het duivelskruid niet gedijen omdat dit reeds teveel verhout is en het duivelskruid de bast ervan niet meer kan binnendringen.
Duivelskruid bestaat uit dunne rood gekleurde draden,die sterk vertakt zijn en in elkaar verward.Vandaar z'n andere naam, warkruid.
Uit het zaad groeit eerst een fijn haarachtig stengeltje dat zich met zuigworteltjes vastzet op een geschikte gastplant en daaruit dan de nodige voedingsstoffen opzuigt.
Duivelskruid bloeit met rozewitte klokvormige bloempjes van juni tot september.

Van stenen pijpen en pijpenrokers...

Een niet zo spectaculaire plant is het pijpestrooitje of Molinia Caerulea. Dit is een grassoort welke groeit op vochtige tot natte plaatsen en 30 cm tot 1,2 meter hoog wordt.
De lange tamelijk dikke blauw-groene grassprieten werden vroeger gebruikt bij het vervaardigen van stene pijpen. Er werd een grasspriet in de ongebakken stene pijp gestoken waardaao na het bakken een fijn rookkanaal open bleef in de pijp.

Nog zoveel meer te ontdekken !

Ik heb in mijn artikel slechts 'n beeld willen schetsen van de boeiende leefwereld van bloemen, planten en dieren op de Teut maar er zijn er nog ontelbaar meer dan ik hier beschreven heb. Het was mijn bedoeling uw belangstelling te wekken en u misschien een beetje nieuwsgierig te maken zodat u er zelf eens op uit zal trekken op 'n zonnige dag om deze fascinerende plek te bezoeken en alles en nog veel meer met eigen ogen te ontdekken. Veel plezier op die boeiende ontdekkingsreis door onze prachtige Limburgse natuur.