InfoCash

Artikel

Dieren deel 4.

Auteur: pompstra82 | geschreven op 07-07-2010

In dit vierde artikel over dieren gaan we het hebben over kamelen; panters; boshonden; jakhalzen; rendieren en wilde runderen.


Kamelen.

Wilde kamelen zijn bijna uitgestorven. De tamme vorm wordt echter nog door vele volkeren gebruikt voor transport, vlees, wol, melk, mest (brandstof), zelfs oorlogsvoering en sport. De lange wimpers en afsluitbare neus beschermen tegen zandstormen. De eetplekken op borst en poten beschermen tegen de hitte bij het liggen op heet zand. Kamelen lopen op dikke eeltkussens. Tussen de tenen zit een huidplooi die voorkomt dat de voet in het zand wegzakt.

Sri-Lanka panter.

Sri-Lanka panters (Panthera Pardus Kotiya) gaan net als andere ondersoorten van de panters sterk in aantal achteruit.

Boshonden (Speothos venaticus).

Boshonden zijn groepsjagers uit het Zuidamerikaanse regenwoud.
Doordat de kleine boshonden gezamenlijk jagen, kunnen ze toch grotere prooien aan zoals tapirs en herten.

Jakhalzen.

Jakhalzen zijn meestal pas in de nacht actief. Ze zoeken op de savannen naar zowel levende prooi als aas.

Rendieren.

Rendieren zijn als huisdieren van groot belang voor de lappen en andere toendrabewonende volkeren. De enorme kuddes leveren zowel vlees als huiden. De dieren trekken elk jaar over grote afstanden: in de zomer leven ze op de toendra, in de winter in de taiga (naaldwouden). De brede hoeven geven houvast op drassige bodems en worden gebruikt om in de sneeuw te zoeken naar korstmossen, hun lievelingsvoedsel. Elk jaar moeten zowel de mannelijke als vrouwelijke rendieren een nieuw gewei opzetten.

Wilde runderen.

De wilde rundersoorten zijn vrijwel allemaal zeldzaam geworden terwijl de huisdiervormen over de hele wereld van groot economisch en cultureel belang zijn.

De yak (Bos mutus grunniens) is een geliefd huisdier bij veel volkeren in de Himalaya.

Watoesierunderen (Bos primigenius taurus) worden in Afrika door de Tutsi's als huisdier gehouden.

Tengevolge van het selecteren door de mens hebben de horens van watoesierunderen (eigenlijk gewone koeien) enorme afmetingen gekregen.