InfoCash

Artikel

Boekverslag Pastorale 1943 van Simon Vestdijk

Auteur: laurens313 | geschreven op 09-10-2011

Pastorale 1943 is geschreven door Simon Vestdijk. In dit verslag wordt aandacht gegeven aan de verhaallijn en het thema van het boek. Het boek bestaat uit 478 bladzijden. Ben je van plan om het boek te gaan lezen? Bekijk dan eerst dit verslag, zodat je weet waar je aan begint.


Korte samenvatting

De heer Schults is leraar Duits op een Nederlandse school en van Duitse afkomst. Daarnaast is hij ook werkzaam in het Verzet. Hij en anderen verstrekken onder andere de Engelsen van informatie.

In de boerderij "De Hoenderik" zitten een aantal mensen ondergedoken. Een van hen (Jan in 't Velt) heeft een relatie met de dochter van de boer (Marie Bovenkamp). Marie raakt echter zwanger van Kees Poerstamper (een NSB-er) en moet daarom met hem trouwen. Jan in ’t Velt kan dit niet verdragen en meldt zich vrijwillig aan om voor de Duitsers te werk gesteld te worden. Dan vertelt hij hen ook over het onderduikadres “De Hoenderik”.

Op een gegeven moment worden de onderduikers en het hele gezin van de boerderij opgepakt door de Duitsers. Schults verdenkt Poerstamper ervan de onderduikers te hebben verraden, omdat Marie Bovenkamp verdacht veel contact had gehad met de familie Poerstamper. De verzetsgroep van Schults besloot om hem te vermoorden.

Later wordt Schults door de Duitsers gevangen genomen, op verdenking van de moord op Poerstamper. Hij zit een aantal weken in de cel, dan zorgt zijn broer August, die bij de SS zit, ervoor dat hij vrij komt.

Bespreking Thema

Het thema van het boek is verraad in de Tweede Wereldoorlog. De motieven die bij dit verhaal horen zijn:

·         De keuze tussen goed en kwaad

·         Verraad

·         Het portretje van de lelijke hertogin

·         Identiteit, Duits of Nederlands

 

Het thema zie je in de personages van het verhaal goed terug komen. Bijna alle personages die met onderduikers in aanraking komen voelen zich namelijk ergens wel onzeker. Deze onzekerheid uiten ze op verschillende manieren. Marie Bovenkamp, de dochter van de boer, waar de onderduikers zitten, uit haar onzekerheid bijvoorbeeld door het aangaan van geheime relaties. Deze relaties leiden tot allerlei nare situaties. In principe veroorzaken de personages zelf, door domheid en het nemen van verkeerde keuzes, voor de ondergang van anderen en soms zelfs voor henzelf. Het thema komt dus het duidelijkst naar voren in de personages.

Ook de onmogelijkheid van deze relaties is een aspect dat hoort bij dit thema. Zo kan Marie Bovenkamp eigenlijk geen relatie hebben met Kees Poerstamper, want hij is namelijk een NSB’er.1 Deze relaties wordt door beide families niet geaccepteerd. Ook wordt de relatie tussen Schultz en zijn broer verstoord door de oorlog. Beiden hebben weinig contact met elkaar, omdat de broer van Schultz bij de SS zit.2

Ik vond het erg leuk om het boek te lezen, omdat het thema van het boek op een aparte manier is uitgewerkt door de schrijver. In de meeste oorlogsromans draait het vooral om de gebeurtenissen, waarop de personages reageren. In deze roman is het juist andersom, de personages zorgen voor allerlei gebeurtenissen in het verhaal.

Wat ik jammer vindt is dat het verhaal niet goed afloopt voor veel personages, maar dit is ook te verwachten met dit thema. Zelf kan ik het wel begrijpen dat mensen in een oorlogssituatie anders denken en handelen dan ze normaal zouden doen.

Tenslotte vond ik het een redelijk lastig boek om te lezen, vanwege het taalgebruik. Er werd namelijk erg veel aandacht geschonken aan het beschrijven van de omgeving. 3  In de loop van het verhaal werd het steeds spannender.

Citaten

1(blz. 139)

Het grote bezwaar was natuurlijk, dat die lui NSB’ers waren. Maar wanneer Marie eenmaal met dat jong getrouwd was, wat had hij er dan nog mee te maken? Hij kon ze links laten liggen, en alleen af en toe de kleinkinderen eens gaan zien, met Dirkje.

2(blz. 470)

Schults was niet geschrokken. Het uiterlijk van zijn broer, zoals dit in de schaduw aan hem voordeed, nam hij rustig in zich op; hij stelde vast, dat August oud geworden was, dat er een diep litteken over zijn voorhoofd liep, en dat hij op zijn uniform jas een medaille droeg, zoals het stroblonde wachtmeestertje in de gevangenis had gedragen, alleen groter en rijker gevormd. Werktuigelijk stak hij zijn hand uit; de hand van zijn broer voelde hard en koud aan. ‘Ben jij het?’

‘Ja’, zei August Schultz, zonder aanstalten te maken te gaan zitten of hem een stoel te wijzen. Het was een klein kamertje waar zij zich bevonden, portretten aan de muur.

3(blz. 9)

Op de kastdeur, die Schults geopend had, was de gekleurde reproductie gespeld van een portret van de lelijke hertogin, Margaretha van Karinthië en Tirol: een aan de rand ingescheurde en hier en daar gebarsten prent, die op veel studentenkamers had gehangen. Onder de hoge, rijkversierde huik kwam domdriest en legendarisch het door een enorme hazenlip ontsierde bakkes dezer veertiende-eeuwse de wereld van filmsterren en tandpastareclames inkijken. Van Bunnik, die de monsterachtige afbeelding geen blik waardig had gekeurd, volgde Schults in de kast. Deze draaide zich naar hem om.