InfoCash

Artikel

Nieuwe maatregelen in de bijstandswet

Auteur: eliezeryair | geschreven op 11-12-2011

Ingrijpende vernieuwingen in de bijstandswet moeten ervoor zorgen dat in de komende jaren meer mensen aan de slag gaan. Een financiële prikkel moet mensen aanzetten tot het accepteren van betaald werk en de boodschap is dat er een tegenprestatie wordt verlangd voor het ontvangen van een bijstandsuitkering. Het wetsvoorstel van de VVD-minister van Sociale Zaken Kamp en zijn staatssecretaris De Krom heeft veel kritiek losgemaakt met name van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) die de wet te ingewikkeld vindt en nu pleit voor aanpassing. Op 20 december a.s. debatteert de Eerste Kamer over het wetsvoorstel dat op 1 januari 2012 moet ingaan. Alle bijzonderheden op een rij.


Recht op bijstand

 

Inwoners van een Nederlandse gemeente die een inkomen hebben onder de bijstandsnorm hebben onder voorwaarden recht op een uitkering ingevolge de Wet Werk en Bijstand (WWB). Deze wet geeft een financiële aanvulling tot het bijstandsniveau. Bij de vaststelling van het recht op bijstand wordt rekening gehouden met de persoonlijke situatie van de aanvrager zoals de gezinssamenstelling, eigen vermogen en verwijtbare werkloosheid. Voor jongeren van 18 tot 27 jaar gelden vanaf 2009 andere en afwijkende regels na de invoering van de Wet Investeren in Jongeren (WIJ). Met de invoering van deze wet heeft de wetgever getracht het begrip uitkering uit de gedachtenwereld van de jongeren te halen. Jongeren hebben dan ook geen recht op uitkering maar vragen aan de gemeente hulp bij het actief vinden van werk of scholing. De afspraken hierover worden vastgelegd in een contract, een WerkLeerAanbod (WLA) en na ondertekening door beide partijen stelt de gemeente vast of er sprake moet zijn van een inkomensondersteuning voor de jongere. De wet WIJ is een succes in de strijd tegen de jeugdwerkeloosheid en het huidige wetsvoorstel probeert een aantal goede onderdelen van de WIJ nu ook toe te passen op de WWB.

 

Om te beginnen wordt de WIJ per 1 januari 2012 afgeschaft en gaan jongeren weer op in de WWB. Maar wel onder een strenger regime. Een jongere die zich meldt aan het gemeenteloket voor financiële bijstand krijgt na een intake een zoektijd van 4 weken. Tijdens deze periode moet de jongere activiteiten ontplooien om aan de slag te komen of een school te vinden om zijn studie voort te zetten of af te ronden danwel een startkwalificatie te halen. Deze startkwalificatie zal de jongere helpen beter in staat te zijn een baan te vinden en te behouden. Tijdens de zoekperiode van 4 weken is er geen recht op bijstand. Slechts bij hoge uitzondering (de wet bedoelt dan ‘schrijnende gevallen’) is het mogelijk in aanmerking te komen voor een voorschotbedrag. Een voorschot is in de meeste gevallen echter niet mogelijk omdat de jongere formeel nog geen aanvraag heeft gedaan voor een uitkering WWB en zich nog in het voortraject bevindt. De bedoeling en achterliggende gedachte van de 4 weken zoektermijn is om de verantwoordelijkheid bij de jongere te leggen en de jongere maximale inspanningen te laten verrichten om financieel onafhankelijk te blijven. Een prikkel dus om aan de slag te gaan, de regie te nemen over eigen leven en actief te worden. Voorkomen moet worden dat de jongere bijstandsafhankelijk wordt en inactief de uit de algemene middelen betaalde uitkering ontvangt.

Als de jongere er na de 4 weken zoektermijn, ondanks verwoedde pogingen, niet in is geslaagd om aan de slag te komen of een school te vinden wordt een aanvraag WWB door de gemeente ingenomen. Indien er recht bestaat op uitkering zal die uiteraard ingaan op de eerste dag waarop de jongere zich heeft gemeld bij het UWV, de dag dus waarop zijn 4 weken zoektermijn is ingegaan. Als echter blijkt dat de jongere zich onvoldoende heeft ingespannen om werk te vinden  dan zal er een nieuwe zoektermijn van 4 weken worden afgesproken. De jongere ontvangt dan geen uitkering. Dat klinkt hard maar het kabinet gaat ervan uit dat indien iemand echt wil werken er ook werk is. Dit uitgangspunt zal jongeren naast een actieve zoektocht ook dwingen om minder kieskeurig te zijn in het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. De starter op de arbeidsmarkt moet soms genoegen nemen met minder betaalde arbeid of werk dat niet direct aansluit bij de genoten vooropleiding of de arbeidswensen van de werkzoekende.

Na het doorlopen van de 4 weken zoektermijn en de vaststelling van het recht op uitkering zal de gemeente samen met de jongere een Plan van Aanpak opstellen met als doel een zo kort mogelijke route naar werk of school. De inzet is ook hier om de jongere zo kort mogelijk financieel te moeten ondersteunen en zo snel mogelijk bijstandsonafhankelijk te maken. De gemeente bemoeit zich actief met het re-integratieplan en zodra blijkt dat de jongere niet voldoende meewerkt bij het bereiken van de re-integratiedoelen zal een maatregel (strafkorting) worden toegepast op de uitkering. Deze strafkorting kan oplopen tot 100 procent, in dat geval ontvangt de jongere dus geen uitkering meer.  

De vier weken zoektermijn gaat per 1 januari 2013 ook gelden voor aanvragers om uitkering WWB  ouder dan 27 jaar. Anders dan nu zullen ook zij moeten laten zien zich voldoende te hebben ingespannen bijstandsonafhankelijk te blijven. De verhoogde drempel van de WWB moet vanaf 2013 een aanzet zijn voor werklozen om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden en niet inactief te blijven of in afwachting van een gewenste baan.

Een tweede belangrijke verandering in de nieuwe WWB is het begrip huishoudinkomen. Tot nu toe heeft iedere aanvrager voor een bijstandsuitkering een individueel recht. Er kan dus sprake zijn van cumulatie van bijstandsuitkeringen binnen één gezin of één huishouden. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat 2 bijstandsgerechtigde kinderen (met een WIJ-inkomen) inwonen bij hun bijstandsgerechtigde ouders. In dit gezin komen drie uitkeringen samen; een gezinsuitkering voor de ouders en twee afzonderlijke WIJ-inkomensvoorzieningen naar de alleenstaande norm. Ook kan zich te situatie voordoen dat een bijstandsgerechtigd ouderpaar een inwonend kind heeft met inkomsten boven de bijstandsnorm. Of andersom: een inwonend kind met een WIJ-inkomensvoorziening bij een riant verdienend ouderpaar. Het kabinet wil af van de cumulatie van bijstandsuitkeringen binnen één huishouden en wil dat bereiken door een nieuwe definiëring van het begrip huishouden. Binnen de nieuwe WWB geldt dat tot een huishouden behoren alle bewoners met een eerste graad familieband die wonen op één adres. Dus ouders met kinderen, broers en zussen maar ook inwonende partners van één van de bewoners. Bij een aanvraag om uitkering WWB zal er een huishoudtoets worden gedaan. Indien blijkt dat er een totaal inkomen is binnen het huishouden van minimaal de bijstandsnorm voor een gezin zal er geen uitkering meer verstrekt worden. Wel zal een eventuele (gezins)uitkering worden verdeeld over alle aanvragers. Een bijstandsafhankelijk ouderpaar met een gezinsuitkering die een inwonend kind heeft dat een beroep gaat doen op de WWB blijft in de nieuwe wet de gezinsuitkering behouden maar zal deze moeten delen met het kind. Ieder gezinslid heeft in bovenstaand voorbeeld recht op 1/3 van de gezinsuitkering. De praktische verdeling laat de gemeente uiteraard over aan de gezinsleden.

Met de huishoudtoets wil het kabinet bereiken dat alle bijstandsafhankelijke gezinsleden zo snel mogelijk actief op zoek gaan naar algemeen geaccepteerde arbeid en deze ook aanvaarden. Pessimisten verwachten dat de huishoudtoets zal leiden tot sociale spanningen binnen een gezin en uiteindelijk tot verhuizingen van met name kinderen. Zelfs administratieve verhuizingen zullen zich naar alle waarschijnlijkheid gaan voordoen waarbij kinderen op zichzelf gaan wonen en zich in de gemeentelijke basisadministratie uit laten schrijven van het adres van hun ouders. Dit fenomeen doet zich reeds jaren voor bij de studiefinanciering waarbij studenten zich uit laten schrijven bij hun ouders om zo in aanmerking te komen voor een (hogere) uitwonende studiebeurs. De gemeenten bereiden zich voor op de negatieve gevolgen van de huishoudtoets door extra aandacht te besteden aan handhaving. De afdelingen handhaving of opsporingsafdelingen van de gemeenten zullen vaker de juistheid van de opgegeven woonsituatie gaan controleren door middel van huisbezoeken.

Het eerste paarse kabinet van Wim Kok ging in de jaren tachtig van de vorige eeuw aan de slag onder het  motto 'Werk, werk, werk' als antwoord op de werkloosheid van de jaren tachtig. Dit kabinet neemt de slogan over. In andere tijden weliswaar want van economische voorspoed is geen sprake meer. De financiële crisis slaat hard toe en het is nu dat moet worden voorkomen dat grote groepen buiten de boot vallen en een nieuwe generatie kansloze jongeren voor jaren in de bijstand terecht komt. Actie is geboden en het is te hopen dat de Eerste Kamer op 20 december akkoord gaat met de nieuwe WWB. Terwijl we in afwachting zijn van de te nemen beslissing komt minister Kamp met nieuwe voorstellen. Zo moeten werklozen die niet bereid zijn te verhuizen voor een nieuwe baan strenger worden aangepakt. De minister wil een ‘cultuurverandering' op gang brengen in de strijd tegen de verwachte stijging van de werkloosheid.