InfoCash

Artikel

BTW, Accijnzen en Havengeld

Auteur: HectorServadac | geschreven op 10-07-2010

Sommige van de vreemdste belastingen zijn ons zo vertrouwd, dat we er geen moment meer over nadenken. We betalen gewoon. Zuchtend of niet. De omzetbelasting is daar een van. Havengeld is er nog zo een. Alleen van de laatste kun je nog zeggen dat het nut heeft: als het wordt gebruikt voor de havens tenminste. Maar hoe zit dat met BTW en accijnzen?



Omzetbelasting - waar draait het om?


De staat belast niet alleen het inkomen, maar heft ook BTW - Belasting Toegevoegde Waarde- en accijnzen.

Alle prestaties, dat wil zeggen alle leveringen van goederen en diensten, worden voorzien van een toeslag die uiteindelijk door de consument wordt betaald. Het komt dus in feite neer op een prijsverhoging die uitsluitend door de staat wordt veroorzaakt en waarvoor de consument geen enkele compensatie kan krijgen. De overheid doet ongetwijfeld iets met dit geld, maar het profijt wordt niet genoten door de degene die de omzetbelasting te betalen krijgt. De omzetbelasting is dus in strijd met het profijtbeginsel.

Het is ook in strijd met het draagkrachtbeginsel, omdat het een vast tarief is dat aan de prestatie is gekoppeld. Er wordt dus geen rekening gehouden met de draagkracht, zodat een brood door de omzetbelasting in dezelfde mate duurder wordt voor iemand met een sociaal minimum als voor iemand met een inkomen van drie keer modaal. Bovendien heeft de staat opnieuw de verplichting van de adminsitratie van de inning van dezse omzetybelasting bij de bedrijven neergelegd zodat opnieuw, net als bij de loomnbelasting, de staat zelf de kosten van de inning bijna niet hoeft te dragen - behoudens dan weer het uitgebreide controleapparaat dat voor die inning noodzakelijk wordt vanwege de te verwachten onwil en fraudegevoeligheid van het systeem. Het zorgt ongetwijfeld weer voor uitgebreide werkgelegenheid voor fiscaal juristen.

In wezen is de omzetbelasting dus een simpele prijsverhoging.
De producenten en leveranciers verhogen de prijs van een levering of dienst met het bedrag van de btw, en vervolgens moeten zij dit geld aan de overheid afdragen. Maar de consument betaalt in werkelijkheid deze belasting, want hij moetde BTW boven op deze prijs betalen. Zonder die BTW zou de consument goedkoper uit zijn.

De staat maakt daarbij onderscheid tussen wat zij ziet als levensnoodzakelijke producten en luxe goederen. Op dit moment wordt 19 procent btw betaald op cd's en op huisraad bij voorbeeld. Op Op eerste levensbehoeften wordt 6 procent btw betaald. Dit zijn alle leveringen van goderen die belast zijn met btw naar het algemeen(19%) of verlaagde (6%) tarief.

Het verlaagde tarief kan ook voor diensten gelden, bijvoorbeeld voor het schilderen van een huis dat meer dan 15 jaar oud is. Dan wordt 6% BTW geheven.

Tenslotte zijn er nog prestaties waarvoor een 0-tarief geldt en prestaties waarop een vrijstelling van omzetbelasting van toepassing is.

Op sigaretten, drank of benzine wordt bovenop de btw ook nog eens accijnzen, of verbruiksbelasting geheven. Van iedere verkochte liter benzine of jenever wordt een vast percentage aan accijnzen aan de overheid afgedragen. Uiteraard staat de classificatie vaak ter discussie, en kan toekenning eerder een politiek karakter krijgen.

Accijnzen - wat de staat niet wil dat wij doen


Een van de voornaamste doelen van accijnzen is het verschaffen van inkomsten aan de staat. In het geval van benzine en diesel heeft dit laatste als reden dat het autogebruik de staat ook kosten oplevert, zoals de kosten voor het aanleggen en onderhouden van wegen, en voor ongevallen. Aangezien men uitgaat van het principe "de gebruiker betaalt", betalen de autogebruikers belasting per kilometer in de vorm van brandstofaccijns. De overheid heft echter ook al wegenbelasting. De bedoeling is dus blijkbaar niet het voorzien in werkelijke kosten, maar het beïnvloeden van ons gedrag. Waar bemoeit de overheid zich mee?

Het tweede doel is dus het gebruik van bepaalde zaken te ontmoedigen.

Veel belastingsoorten uit het verleden behelsden een poging van de heffer om de belastinginkomsten te stabiliseren. Men wil een voortdurende stroom van inkomsten zien en de grondslag van de belastingheffing en de efficiëntie van de inning wordt voor dat doel steeds bijgewerkt. Door de toegenomen beschikbaarheid van informatie voor de staat, is dit proces nu zeer sterk verbeterd.

Havengelden


Een geheel andere belasting is het havengeld. Als een schip binnenloopt in de haven, dan moet er havengeld worden betaald. Dat havengeld wordt ook wel liggeld of havenrecht genoemd en in sommige provincies spreekt men van meergeld. Het wordt bemeten al naargelang de grootte van het schip en de duur van het oponthoud en moet worden afgedragen aan de havenmeester.

Het havengeld heeft al een lange geschiedenis. In 1367 besloten een aantal steden waaronder Amsterdam,. dat er een tol moest komen per pond van de zwaarte van een schip. Dat werd bedacht voor een heel andere bestemming. Het geld werd namelijk gebruikt om de oorlog tegen Denemarken te betalen.

Het gebruik is nog ouder.

Er is het verjaal van de reus Druon Antigoon die op de Schelde al tolgeld inde. Er was een Romein voor nosdig om er een eind aan te maken,. Volgens de legende zou Silvius Brabo deze reus-achtige havenmeester met geweld hebben tegengehouden. gewelddadig verzet tegen belastingen is dus ook al heel oud.

Druon Antigoon is de naam van een reus die in Brabant gewoond zou hebben en daar tol hief. Op het niet betalen van de belasting stond een eenvoudige, maar doeltreffende straf. De reus hakte de wanbetaler de hand af en wierp die in de rivier.

Een Romeinse soldaat, Silvius Brabo, zou de reus hebben bevochten en gedood. Silvius Brabo deed hetzelfde met de reus en wierp zijn hand in de Schelde.

Later, in de 15 eeuw, werd dat verhaal gebruikt om te verklaren hoe de stad Antwerpen aan haar naam kwam. Antwerpen werd dan afgeleid uit Hand Werpen. En die hand is dan de hand van de tolheffende Reus. Antwerpen zou "hand werpen" betekenen