InfoCash

Artikel

Diamant, van krater tot de beurs (1)

Auteur: hardness | geschreven op 25-07-2010

Diamant is het hardste bekende materiaal - hardheid 10 op de schaal van Mohs - en kan daarom enkel met diamant bewerkt worden. Vanwaar die hardheid? Het mineraal is zuivere koolstof. De koolstofatomen van diamant vormen een driedimensionaal kristalrooster. Elk atoom is telkens aan vier andere atomen gebonden. Deze covalente bindingen zijn kort en stevig. Daarom is diamant zo hard.


Vorm, kleur en eigenschappen

De meest voorkomende kristalvormen zijn : de octaëder (achtvlak), de dodecaëder (twaalfvlak) en de kubus. Twee met elkaar vergroeide kristallen noemt men macles of kristaltweelingen. Perfecte diamanten zijn kleurloos. De meeste diamanten hebben echter een groenachtige gele tint. Ook bruine, roze, blauwe, groene en grijze stenen komen voor. Deze natuurlijke kleur is het gevolg van structuurafwijkingen in het kristalrooster. Stikstofatomen kleuren diamant geef of bruin, boor maakt hem blauw. Diamanten stoten water af, maar trekken vet aan. Zij worden niet aangetast door zuren en basen. Men gebruikt zwavelzuur om ze te reinigen. Opgepast echter voor sommige zouten zoals gesmolten kaliumnitraat dat diamanten wel aantast.

Vindplaatsen - vorming

Diamant, dat door vulkaanuitbarstingen werd opgestuwd, ontstond in het binnenste van de aarde op 150 tot 200 km diepte en bij een zeer hoge druk (tot 70.000 kg/cm²) en temperatuur (tot 2.000°C). De primaire vindplaats is het stollingsgesteente van de vulkaanpijp, blue ground of kimberliet genoemd. Door erosie, namelijk regen en wind, werd het diamanthoudende gesteente afgebroken en meegevoerd naar de omgeving van de krater (yellow ground) en naar de rivierbeddingen, waar het alluviaal ontgonnen word. Soms werden deze secundaire afzetting nogmaals afgebroken, waardoor diamant ook in kuststreken en op de zeebodem terecht kwam.