InfoCash

Artikel

De leencapaciteit

Auteur: laurens313 | geschreven op 13-09-2010


De leencapaciteit in de bedrijfseconomie goed uitgelegd.


Leencapaciteit

Onder leencapaciteit worden de mogelijkheden verstaan die de organisatie heeft om (nieuw) vreemd vermogen aan te trekken. Voordat een potentiële vermogensverschaffer vreemd vermogen aan de organisatie beschikbaar stelt, zal hij beoordelen of de organisatie in staat is de rente- en aflossingsverplichtingen na te komen. Bij deze beoordeling speelt de omvang van het garantievermogen (=aansprakelijk vermogen) een belangrijke rol. Het garantievermogen bestaat uit het eigen vermogen vermeerderd met het achtergestelde vreemd vermogen. Bij een eventuele liquidatie wordt allereerst het garantievermogen aangesproken. Ook de interest- en aflossingsverplichtingen en andere financiële verplichtingen spelen een rol bij de beoordeling van de leencapaciteit.
De behoefte aan (vreemd) vermogen kunnen we bepreken door bijvoorbeeld gebruik te maken van leasing. Het leasen van bedrijfsactiva wordt als alternatief gezien voor het kopen van deze activa en de financiering van de koopsom met vreemd vermogen. Door gebruik te maken van leasing hoeft de organisatie geen vreemd vermogen aan te trekken. Hierdoor nemen de rente- en aflossingsverplichtingen niet toe. Hieruit kan ten onrechte de conclusie worden getrokken dat door gebruik te maken van leasing, de leencapaciteit van de organisatie niet wordt aangetast. Leasing van een productiemiddel kunnen we echter vergelijken met de aanschaf van het productiemiddel waarvan de koopsom wordt gefinancierd met vreemd vermogen. In de praktijk blijkt dat de omvang van de leaseverplichtingen ongeveer overeenkomt met de interest- en aflossingsverplichtingen indien de activa worden aangeschaft en met vreemd vermogen worden gefinancierd. De totale omvang van de betalingsverplichtingen zullen voor beide alternatieven ongeveer gelijk zijn. Ze zullen dan ook eenzelfde invloed hebben op de leencapaciteit van de onderneming.