Van kleine ruitjes naar grote ruiten
Auteur: andredierick | geschreven op 16-04-2010
De ouderdom van woningen uit vroegere eeuwen kan worden afgezien aan de grootte van de ruiten in de ramen. In de middeleeuwen hadden veel huizen kleine glas-in-lood ruitjes binnen een groter kozijn. Veel van die ruitjes zijn door restauratie bewaard gebleven waarbij het oude glaswerk wel vervangen is door nieuwe ruitjes.
Van glas-in-lood naar houten regels en stijlen
Tot in het midden van 17e eeuw werd in kozijnen hoofdzakelijk glas-in-lood toegepast. In de loop van die eeuw werden de ruitjes wel steeds groter. Rond 1640 vindt de overgang van de Hollandse Renaissance naar het Classicisme plaats. Jacob van Campen heeft dan al het huidige koninklijk paleis op de Dam gebouwd, wat door hem werd ontworpen als stadhuis. Bij die nieuwe Classicistische stijl zijn de ruiten al vier keer zo groot als in de 16e eeuw, maar worden er in veel gebouwen toch nog steeds vijf ruitjes per raam toegepast. Het eerste belangrijke pand waar in plaats van loden strips houten regels en stijlen werden gebruikt, is het Catshuis, dat in 1652 in gebruik is genomen.
Van vijf ruitjes naar drie ruiten
Van de 17e naar de 18e eeuw is weer een grote overgang. In de dan heersende Rococostijl komen schuiframen voor en worden de ruiten weer wat groter waardoor er nog maar drie naast elkaar worden aangebracht. Als de tijd van de industrialisatie aanvangt in de 19e eeuw verstaat men de kunst van het vlakglas-maken steeds beter en kunnen alsmaar grotere ruiten worden vervaardigd. In heel veel panden wordt het oude glas verwijderd en worden er grotere ruiten met minder tussenregels en stijlen ingezet. Dat er tegenwoordig in die panden toch weer kleinere ruiten zitten komt door restauratiewerk, waarbij de panden zoveel mogelijk in oude glorie worden hersteld.
Van geen regels en stijlen naar kamerbreed
Later in de 19e eeuw worden ook gietijzeren kozijnen met stijlen en regels toegepast zoals in het afgebrande Amsterdamse paleis voor Volksvlijt. Rond 1900 bestond de vaardigheid om vlakglas nog groter te maken waardoor er steeds minder tussenregels en stijlen werden toegepast. Deze ontwikkeling ging door totdat er kamerbrede glaspuien ontstonden.