Steden in de middeleeuwen
Auteur: andredierick | geschreven op 11-03-2010
Veel middeleeuwse steden zijn ontstaan op plaatsen waar handel werd gedreven zoals bij kruispunten van wegen of langs een waterweg. Andere steden werden gebouwd op plekken waar de mensen goed beschermd waren, bijvoorbeeld in de buurt van een kasteel.
Vormen van middeleeuwse steden
De vorm van de middeleeuwse steden wordt bepaald door de ommuring. Er zijn globaal drie vormen, de cirkel of ovale vorm, de rechthoekige vorm en de onregelmatig hoekige vorm. Bij de cirkelvorm kruisen twee wegen elkaar in het centrum die onderling verbonden zijn door gebogen wegen langs de muren van de stad. De vorm van de vierhoekige stad lijkt op een schaakbord waarbij twee loodrecht op elkaar staande wegen elkaar ontmoeten in het centrum. De overige wegen lopen parallel aan die wegen. Bij de onregelmatig hoekige vorm is nauwelijks een bepaald systeem te herkennen.
Bebouwing
Typisch bij de middeleeuwse steden is dat ze plotseling uit het omringende platteland oprijzen en daarbij geaccentueerd worden door wallen of stadsmuren met opvallende muurtorens en stadspoorten. Vaak zijn die muren lager dan de daar achter gelegen huizen met steile daken en veel schoorstenen.
De muren zijn bedoeld ter bescherming van de stad en zijn vaak van hoekige kantelen voorzien wat weer een contrast geeft met de schuine daken van de huizen. De imposante stadspoorten met hun spitse daken steken wél boven de huisdaken uit. En uiteraard steken de torens van de kerk of kathedraal boven alles uit en beheersen daarmee het silhouet van de stad. Het stadhuis, het waaggebouw en andere openbare gebouwen prijken rond de markt in het centrum.
Stoffig of modderig
Rondom de steden zijn vaak grachten aangelegd welke naast de verdedigingsmuren een extra bescherming gaven. De stadspoorten bleven alleen van zonsopgang tot zonsondergang open.
Veel huizen zijn van hout en bedekt met een rieten dak waardoor het brandgevaar erg groot was. Als er een brand uitbrak werden onmiddellijk de klokken geluid om het volk te waarschuwen.
De handelaars stalden hun koopwaar op straat uit waardoor het in de zeer nauwe en bochtige straten erg druk en erg rumoerig was. De meeste straten waren niet verhard en stoffig bij droog weer en modderpoelen bij regen met vaak diepe kuilen en karrensporen.
In het donker durfde bijna niemand buiten te komen bij gebrek aan stadsverlichting. Wie zich wel op straat waagde nam een lantaarn of een fakkel mee.