InfoCash

Artikel

Caravaggio: zijn leven en werk

Auteur: Riggah | geschreven op 24-02-2011

Twee belangrijke kunstenaars uit de barok waren Rembrandt en zijn inspiratiebron: de Italiaanse schilder Caravaggio, de “held” van dit werkstuk. Aan de hand van een chronologische biografie zullen de belangrijkste werken van Caravaggio aan de orde worden gesteld, vanaf zijn geboorte in Caravaggio, via zijn leerperiode in de buurt van Milaan naar Rome, waar hij zijn meesterwerken schilderde en waar hij vervolgens met grote haast vertrok waarna hij stierf aan de kust van Porto Ercole. Caravaggio is niet alleen bekend vanwege zijn geniale schilderijen, hij is ook berucht vanwege zijn ellenlange strafblad en zijn seksuele geaardheid, hij was namelijk biseksueel, wat in die tijd nogal ongewoon was.


Caravaggio en Milaan

 

§ 1.1: Caravaggio

Michelangelo Merisi, de echte naam van Caravaggio, werd geboren op 29 september 1571 in Caravaggio, in de regio Lombardije. Zijn vader, Fermo Merisi, was hoofd-opzichter van de fabrieken van Marchese Francesco Sforza di Caravaggio. Hier heeft hij de eerste jaren van zijn jeugd doorgebracht. Op 6-jarige leeftijd, 1577, verliest hij zijn vader en grootvader aan de pest, die op dat moment is uitgebroken in Caravaggio.

 § 1.2: Milaan

Lucia Merisi en haar familie vluchten naar Milaan. In 1584 gaat Michelangelo daar in de leer bij Simone Peterzano, die een leerling van Titiaan was geweest. Hier doet hij zijn eerste ervaringen in de schilderkunst op. Hij zal in Bergamo, de woonplaats van Peterzano, waarschijnlijk een aantal schilderijen geschilderd hebben, maar daar is weinig tot niets over bekend. 1589 markeert het begin van Caravaggio’s grote avontuur; hij wordt 18 jaar en verkoopt zijn land in Caravaggio, waarna hij naar Rome vertrekt.

 

 

Rome

 

§ 2.1: Kardinaal Pandulfo Pucci en Cavaliere d’Arpino

Toen Caravaggio in Rome aankwam, kwam hij terecht in de onderste laag van de bevolking. Hij vond werk in het atelier van Lorenzi, waar hij bevriend raakte met andere kunstenaars uit Lombardije. Zijn leven bestond uit drinken, werken, bordeelbezoek en wilde feesten van rijke kunstliefhebbers. Caravaggio’s carrière kwam in een stroomversnelling, toen kardinaal Pandulfo Pucci, gefascineerd door zijn stijl, hem in dienst nam om religieuze schilderijen te kopiëren. Caravaggio’s schilderij Jongen die wordt gebeten door een hagedis is waarschijnlijk vervaardigd in zijn begintijd bij Pucci. Het schilderij laat het moment zien dat een jongen gebeten wordt en zijn hand terugtrekt. Dit was nog nooit eerder vertoond.

Drie jaar later verliet Caravaggio Pucci. Waarom is niet helemaal duidelijk, wel is bekend dat Rome werd getroffen door de pest en dat Merisi een half jaar in het ziekenhuis heeft doorgebracht. Hier kreeg hij inspiratie voor zijn wereldberoemde Zelfportret als zieke Bacchus. Om dit werk te kunnen schilderen heeft hij waarschijnlijk gebruik gemaakt van spiegels. Aan het groene gezicht is te zien dat hij nog niet hersteld was. Hij schilderde dit werk in het atelier van Cavaliere D’Arpino, waar hij in nog zwakke toestand naar was overgebracht. Guiseppe Cesari, D’Arpino's echte naam, heeft belangrijke werken in Rome gemaakt, zoals versieringen in de Santa Maria Maggiore en de Santa Prassede. Als leerling van Cavaliere specialiseerde Caravaggio zich in het schilderen van guirlandes met fruit en stillevens, een genre dat niet populair was in die periode. Hier schilderde hij zijn Jongen met fruitmand, waarin is te zien dat Caravaggio hield van realistisme: in de fruitmand zijn namelijk ook rotte vruchten te zien. D’Arpino was ondertussen vastgezet wegens illegaal bezit van een pistool en Caravaggio belandde weer op straat.

§2.2: Valentin

Caravaggio hing na zijn periode bij Cavaliere rond bij het Piazza Navona in gezelschap van andere arme schilders. Hij klopte aan bij Valentin, die hij had leren kennen in zijn periode bij D’Arpino. Daar werd hij geadviseerd religieuze taferelen te schilderen, die op dat moment zeer in trek waren. In het atelier van Valentin schilderde Caravaggio een tweede Bacchus. Dit keer geen gespierde, zieke god, maar een mollige, gezonde jongeman met een glas rode wijn. Ook in dit werk zijn de overrijpe vruchten te zien, die vaker voorkomen in Caravaggio’s werk. Bacchus werd helaas afgewezen of tegen een laag bedrag verkocht.

Daarmee was Caravaggio nog steeds niet uit zijn geldnood en Valentin vroeg hem een “echte” opdracht te doen. Caravaggio, eigenwijs als hij was, ging in plaats daarvan dagelijkse taferelen schilderen, zoals zijn De waarzegster. Hier wordt een jongeman afgebeeld die zijn hand laat lezen, en zich dus ook laat oplichten, door een waarzegster. Dit soort taferelen was nooit eerder op het doek vereeuwigd en de “vulgariteit” ervan werd als schokkend ervaren.

 §2.3: Kardinaal Del Monte

Caravaggio had na De waarzegster nog steeds geen goed inkomen en ging akkoord met Valentin om een religieus schilderij te maken voor een van de rijkste kunstliefhebber van Rome: kardinaal Francesco Maria del Monte. Caravaggio koos echter niet voor een “alledaags” religieus tafereel, maar voor De extase van de heilige Franciscus. In het atelier van Valentin schilderde hij een meesterwerk dat hem toegang verschafte tot de grote kunstverzamelaars van Rome. Men beschouwt dit werk als zijn eerste echt volwassen werk. Volgens veel kunsthistorici is dit ook het werk dat het begin markeerde van de barok. Het schilderij is dan ook revolutionair, zowel door het onderwerp als door de schilderstijl. Franciscus krijgt door middel van een extase zijn stigmata en ligt in de armen van een engel. Ook de compositie is vernieuwend: er loopt een diagonaal door het schilderij, van de rechterbovenhoek naar linksonder, en aan de onderkant van die diagonaal gebeurt eigenlijk alles. Daarnaast is ook duidelijk een licht-donkerwerking te zien, een schilderstijl waarmee Caravaggio internationale roem vergaarde.

Dit schilderij markeerde het begin van zijn carrière in de hogere kringen. Kardinaal Del Monte was zo onder de indruk van het schilderij, dat hij hem kost en inwoning aanbood in zijn Villa Medici. Na aandringen van Valentin aanvaarde hij dit aanbod en werd hij een vooraanstaand kunstenaar.

§ 2.4: De Contarelli-kapel

Tijdens zijn verblijf in de Villa Medici ging het alleen maar beter met Caravaggio, talloze schilderijen schilderde hij er, met zowel religieuze als dagelijkse thema’s. Caravaggio was inmiddels bekend in Rome en in 1599 kreeg hij een zeer belangrijke opdracht, waarschijnlijk door bemiddeling van Valentin en Del Monte: drie schilderijen in de Contarelli-kapel in de San Luigi dei Francesi, met als thema het leven van de heilige Mattheus.

De San Luigi dei Francesi is een kerk die tussen het Piazza Navona en het Pantheon in ligt. Een van de financiers van de kerk, de Franse Mathieu Cointrel, wilde in de kerk begraven worden en liet daar dus een kapel bouwen voor zichzelf. Met de versiering van die kapel ging echter van alles mis. De schilder Muziano kreeg de opdracht de wanden, het altaarstuk en het gewelf te decoreren met zes afbeeldingen uit het leven van de evangelist Mattheus. Maar in 1585 stierf Cointrel en zeven jaar later was de kapel nog steeds kaal, nadat ook Muziano was gestorven. De Belgische beeldhouwer Cobaert kreeg de opdracht voor het altaar en D’Arpino werd aangewezen om de schilderingen te maken. Maar Cavaliere had alleen tijd voor het gewelf. De priesters van de kerk vonden dit trage proces niet door de beugel kunnen en wendden zich tot het Fabbrica di San Pietro (een pauselijk comité voor bouwprojecten), die rechtsbevoegdheid had over openstaande nalatenschappen. Dit comité wees Caravaggio aan om de kapel te voltooien. Contarelli had voor zijn dood beschreven wat voor schilderijen hij wilde hebben: afbeeldingen van de roeping, het evangelie en het martelaarschap van Mattheus. Caravaggio kreeg de opdracht de twee buitenste schilderijen, de roeping en het martelaarschap, te vervaardigen. Begin 1600 leverde hij Het martelaarschap van Mattheus op. Door röntgenopnamen is aan het licht gekomen dat Caravaggio van gedachte is veranderd tijdens het schilderen en het doek opnieuw heeft beschilderd. Op het schilderij is te zien dat een soldaat op het punt staat Mattheus te doden met een zwaard, de omstanders kijken verschrikt toe. Het verhaal gaat dat de Ethiopische koning Hirtacus opdracht had gegeven de apostel te doden terwijl hij een eredienst hield aan het Ethiopische hof, omdat deze eredienst streng verboden was. Mattheus ontvangt van een engel op een wolk de martelaarpalmtak. In dit schilderij zijn het vooral de ingewikkelde compositie, het realisme en het overduidelijke clair-obscur (licht-donkereffect) die het grote schilderij zo indrukwekkend maken. In de menigte van geschrokken mensen is ook weer een zelfportret van Caravaggio te vinden.

Het tweede schilderij uit de trilogie, De roeping van Mattheus, werd een aantal maanden later opgeleverd. Hierin is te zien dat Mattheus, op dat moment een tollenaar in Rome, wordt geroepen door Christus. Deze omgeving werd eerst aangezien voor een herberg of gokhuis, later bleek het een belastingkantoor te zijn. Helemaal links is Christus te zien, hij is duidelijk te herkennen door de aureool om zijn hoofd en wijst richting Mattheus, die in het midden aan tafel zit. Deze wijst weer naar zichzelf, alsof hij wil zeggen: “Bedoel je mij?”. Dit wordt bevestigd door Petrus, die naast Christus staat en de beweging herhaalt. De twee linkse tollenaars hebben geen benul van wat er gebeurt en blijven stug doortellen. Dit is waarschijnlijk een symbool voor hebzucht. Door de smalle bundel licht die vanuit de linkerbovenhoek op het decor valt is ook hier weer een clair-obscur te zien.

De twee schilderijen maakten veel indruk op de erfgenamen en Caravaggio kreeg ook de opdracht het middelste schilderij, het evangelie, te schilderen. Hij leverde het werk op tijd in, maar het werd afgewezen. De afgebeelde Mattheus leek in niets op de Matthei uit de andere twee werken; hij zag er niet uit als een heilige, maar als een boer. Ook lijkt het alsof hij niet kan schrijven; de engel lijkt zijn hand over het papier te dirigeren. Er moest dus een nieuwe komen, die hij enige tijd later afleverde, hierin is de heilige duidelijk gelijkend op de andere twee en de engel helpt hem niet te schrijven, maar fluistert hem de woorden in. Mattheus wordt hier op het moment dat hij het begin van zijn evangelie opschrijft, die begint met de namen van de voorvaderen van Christus.

§ 2.5: De Cerasi-kapel

Door het werk dat Caravaggio in de San Luigi geleverd had, kreeg hij ook de opdracht de kapel van de Cerasi’s te decoreren. Deze kapel bevindt zich in de Santa Maria del Popolo, een kerk aan het Piazza del Popolo, een van de mooiste pleinen van Rome. Maar terwijl Valentin over het contract onderhandelde, was Caravaggio weer met zijn vrienden aan het ruziemaken en drinken geslagen. Soms verdween hij zelfs een tijdje spoorloos. Uiteindelijk kreeg Valentin dan toch het contract rond en kreeg Caravaggio te horen welke onderwerpen verlangd werden te vereeuwigen, namelijk De kruisiging van Petrus en De bekering van Paulus. Caravaggio was niet blij met deze onderwerpen, ze waren te gewoon naar zijn zin, maar met een beloning van 400 écu’s ging hij toch aan het werk. Met het geld zou hij zijn schulden kunnen afbetalen en redelijk riant leven.

De bekering van Paulus laat een groot paard zien dat bijna de gehele compositie in beslag neemt. Het verhaal gaat dat de Romeinse legerleider Saulus, onderweg naar Damascus om Christenen te vervolgen, door een verblindend licht van zijn paard afviel. Vervolgens hoorde hij de stem van Christus: “Saulus, Saulus, waarom vervolg je mij?”. Saulus bleef drie dagen blind, bekeerde zich tot het christendom en liet zich Paulus dopen. Op het schilderij is Paulus te zien, die onder zijn paard ligt. Het paard is ook nog eens provocerend vanaf de achterkant geschilderd. Paulus ligt op de grond met zijn armen gespreid als Christus aan het kruis, verblind door het felle licht dat van linksboven komt en een sterk clair-obscur vormt.

Toen Caravaggio De kruisiging van Petrus liet zien aan de priesters van de Santa Maria, waren die enigszins geschokt door de realistische weergave van de heilige. Het schilderij laat drie beulen zien die aandachtig hun werk doen: het neerzetten van de al aan het kruis genagelde Petrus. Op z’n kop welteverstaan, zodat hij makkelijk in de hemel kon landen en omdat hij niet op dezelfde wijze als Christus wilde omkomen. De beul op de voorgrond keert met gespannen spieren het publiek zijn kont en zijn smerige voeten toe. Ook dit is waarschijnlijk gedaan om te provoceren. Met deze twee schilderijen laat hij zien dat hij met recht de meester van de schaduw genoemd mag worden. 

§ 2.6: Pasqualone

Na zijn werk in de Santa Maria, kreeg Caravaggio naast lof ook veel kritiek over zich heen. Diverse keren werd hij opgepakt wegens verschillende misdrijven en hij zakte weer af naar zijn oude drinkpatroon. Zo verwondde hij ene Girolamo Spampa, nadat die zich negatief had uitgelaten over zijn werk in de San Luigi. Die diende een klacht in, maar het kwam niet tot een vervolging. Kort daarna sprak Caravaggio zich openbaar uit over het werk van Baglione in de Chiesa del Gésu en werd gearresteerd. Hij zou waarschijnlijk zijn veroordeeld als zijn beschermheren er niet tussen zouden zijn gekomen. Caravaggio bood Baglione zijn excuses aan en beloofde zijn leven te beteren. Hij kreeg de opdracht een Madonna van de pelgrims te schilderen. Het model dat hij hiervoor uitpikte, was een prostitué genaamd Lena. Een van haar klanten was notaris Mariano Pasqualone. Wat er precies is gebeurd is onbekend, maar feit is dat Pasquelone een tijd later hevig bloedend verklaarde dat Caravaggio hem bijna had vermoord. De zaak werd hoog opgenomen en Caravaggio ontvluchtte Rome.

§ 2.7: Prins Marzo Colonna

Caravaggio vertrok naar een van zijn beschermheren: de in Genua woonachtige prins Marzo Colonna. Een tijd later trok Pasqualone zijn aanklacht in en Caravaggio keerde terug naar Rome. Daar kreeg hij weer een stroom van opdrachten. Kardinaal Scirpione Borghese had ondertussen ook van Caravaggio gehoord en haalde paus Paulus V over om hem een werk te laten schilderen voor de Sint Pieter. De paus ging akkoord, maar op dit cruciale moment ging Caravaggio vreselijk de fout in: hij schilderde een heilige Anna die lijkt op een oude zigeunerin, een Maria die lijkt op een wasvrouw en een naakte Jezus op de dag van zijn geboorte. Het was onvermijdelijk dat dit schilderij afgewezen zou worden. Dit gebeurde dan ook. Een tijdje later kwam hij weer in aanraking met de autoriteiten nadat hij de schedel van een agent had ingeslagen. Hij werd gearresteerd en op de pijnbank ondervraagd. Zijn vrienden vreesden voor zijn leven en kochten een paar bewakers om die hem vrijlieten.

Hij had zijn lesje niet geleerd. Een tijdje later Caravaggio zijn tegenstander in een tennisspel ervan dat hij vals speelde. Dit liep helemaal uit de hand en Caravaggio trok zijn dolk. Zijn tegenstander raakte dodelijk gewond. Caravaggio wist te ontkomen, maar er werd bekend gemaakt dat hij ter dood was veroordeeld, wat betekende dat een agent dit vonnis op elk willekeurig moment zou mogen voltrekken. De doodsbange Caravaggio ontvluchtte Rome en ging weer terug naar Colonna.

 

 

Weg uit Rome

 

 

§ 3.1: Napels

 

Het pauselijke pardon bleef uit en Caravaggio vond het het beste de omgeving van Rome te verlaten. Hij vertrok naar Napels. Al snel kreeg hij een opdracht van een koopman uit Ragusa, Radulovic genaamd. Caravaggio schilderde voor hem het werk De Madonna met de rozenkrans, een altaarstuk bedoeld voor de dominicaanse kerk. Dit werk markeerde het begin van een nóg realistischer schilderstijl dan voorheen en zoals gewoonlijk deed dit schilderij behoorlijk wat stof opwaaien. De dominicanen waren zeer te spreken over de stijl en over het clair-obscur, maar wezen het schilderij toch af.

Gelukkig kreeg Caravaggio al snel een nieuwe opdracht, die niet zo conventioneel was. Hij moest op één schilderij De zeven werken van barmhartigheid van Mattheus schilderen. Voor dit werk, dat hij geschilderd had voor de kerk van de Pio Monte della Misericordia, ontving Caravaggio 470 ducaten. Hij verbleef acht maanden in Napels, waar hij meerdere schilderijen vervaardigde. In die paar maanden was hij uitgegroeid tot de beroemdste en productiefste schilder van Napels. En toch vertrok hij, dit keer naar Malta.

 § 3.2: Malta

Caravaggio was waarschijnlijk naar Malta vertrokken om hospitaalridder te worden in de johannieter orde, om zo zijn gratieverzoek te versnellen. Deze orde moest het Middellandse zeegebied beschermen tegen Moorse invloeden en beruchte Barbarijse zeerovers. Meteen na zijn aankomst in de Matlezer hoofdstad Valetta, kreeg hij een opdracht van Malaspina. Dit werk, een Schrijvende Sint-Hiëronymus, viel erg in de smaak bij Alof de Wignacourt, de grootmeester van de orde. Alof gaf Caravaggio ook een opdracht: een enorm schilderij (5,20 bij 3,61 meter) van De terechtstelling van Johannes de Doper. We zien een gevangenis met daarin op de grond de heilige, die zijn laatste adem uitblaast, met daarboven de beul, die op het punt staat het hoofd van de romp te scheiden. Links staat Salome met de gouden schaal, waarop het hoofd op aanwijzing van de afgebeelde cipier moet worden gelegd. Dit schilderij is het enige dat Caravaggio signeerde; uit het bloed van de heilige ontstaat zijn naam, voorafgegaan door een F, wat erop duidt dat hij al gepromoveerd was tot heilsridder.

Hoewel ook dit werk in de smaak viel, werd Caravaggio om onduidelijke redenen een tijd later uit de orde gezet. Caravaggio wist te ontsnappen en stapte op de boot naar Sicilië. Hij kwam daar aan, maar de werken die hij daar vervaardigde waren te provocerend. Een jaar later keerde hij terug naar Napels, met de hoop snel weer terug te kunnen keren naar Rome.

Aangekomen in Napels werd hij op straat aangevallen en voor dood achtergelaten, het motief is nooit bekend geworden. In de zomer van 1610 besloot Caravaggio terug te keren naar Rome. Omdat het pauselijke pardon nog steeds niet was gegeven, ging hij per schip naar een Spaanse haven vlakbij de uitmonding van de Tiber: Porto Ercole. Daar werd hij gearresteerd, waarschijnlijk omdat hij aan de johannieter orde was ontsnapt. Een paar dagen werd hij weer op vrije voeten gezet, waarschijnlijk nadat hij een borgsom had betaald. Gewond, vermoeid en levensmoe verliet hij de gevangenis en een dag later werd hij gevonden op het strand. Hij was dood, met zijn gezicht gericht naar Rome. Een aantal dagen later kregen Caravaggio’s vrienden de paus zover de gratie postuum te verlenen.

 


InfoCash

Artikel