InfoCash

Artikel

Literatuur tijdens de Renaissance

Auteur: laurens313 | geschreven op 01-11-2010

Een artikel over de Literatuur in de periode van de Renaissance.


Literatuur

In de renaissance nam men het werk van schrijvers uit de Griekse en Romeinse oudheid als voorbeeld voor het eigen werk. Daarmee werd resoluut gebroken met de inhoud en de letterkundige genres van de middeleeuwse literatuur. In de renaissance wilde men het werk van de klassieken niet dunnetjes overdoen, maar streefde men naar gelijkwaardig of beter werk: translatio/imitatio - aemulatio - creatio: vertalen/nabootsen - verbeteren - zelf scheppen en liefst het origineel overtreffen. Een opgaande lijn dus.
De sterk groeiende belangstelling voor de klassieke schrijvers en schrijfwijze hing sterk samen met de belangstelling van de tot welstand gekomen bovenlaag van de maatschappij. Vooral de rijke burgerij zocht naar middelen waarmee men zich kon onderscheiden. Men gebruikte als statussymbolen niet alleen kapitale woningen met een rijk gemeubileerd interieur, ingericht naar klassieke voorbeelden. Men wist zich ook aanzien te verschaffen door een grote belezenheid en daardoor kennis van mythen en heldenverhalen uit de Griekse en Romeinse literatuur.

De eerste in het Duits gedrukte exemplaren van het Nieuwe Testament kostten een halve gulden per stuk – in 1522 was dat iets meer dan het weekloon van een zeer bekwame meestergezel. Toch rolden in enkele tientallen jaren ongeveer honderdduizend exemplaren van de persen. De werken van Boccaccio, Villon en Erasmus (Lof der Zotheid) namen een hoge plaats in de rij van zestiende-eeuwse internationale bestsellers in.
De behoefte aan boeken was groot. In 1500 waren er in tweehonderdzestig Europese steden ongeveer twaalfhonderd drukkerijen gevestigd. Toch konden nog maar weinig mensen lezen en schrijven. Literatuur bleef voorbehouden aan een kleine elite van ontwikkelde en rijke mensen.
Er waren veel 'verboden' boeken. De Kerk en de wereldlijke overheid verstrekten lange lijsten van boeken die men niet in zijn bezit mocht hebben. Drukkers van verboden boeken werden gevangengezet of zelfs onthoofd.
Schrijvers moesten het stellen met lage honoraria. En hun werk was vogelvrij: plagiaat bestond toen nog niet en ieder die dat wilde, kon hun werk nadrukken zonder daarvoor iets te betalen. De meeste auteurs moesten met een andere baan in hun levensonderhoud voorzien.