InfoCash

Artikel

Ontwikkeling van embryo en foetus

Auteur: redsjiem | geschreven op 04-03-2011

Hoe ontwikkeld een embryo zich? Hoe lang doet een embryo precies ergens over? En Wat gebeurd er allemaal tijdens de bevalling? Hoe komt deze op gang? Allemaal vragen waar je het andwoord terug kan vinden in mijn artikel.


Het embryo

De Verschillende delen van het embryo ontwikkelen zich volgens een bepaalde tijdsplanning. Ongeveer drie weken na de bevruchting wordt er een begin gemaakt met de ontwikkeling van de bloedsomloop. Twee weken later is er reeks sprake van hartactie. We moeten bij dit alles goed bedenken dat de vrouw op dat moment nog maar ongeveer drie weken "over tijd" is. Ongeveer zes weken na de bevruchting ontwikkelen zich de geslachtsorganen. Ongeveer tien weken na de bevruchting zijn de belangrijkste fases van de ontwikkeling achter de rug. Vrijwel alle organen zijn dan aanwezig en het embryo is dan duidelijk als mens herkenbaar. Vanaf dit moment wordt het embryo foetus genoemd.

 

Foetus

Wat er plaats vind bij een foetus is eigenlijk alleen maar de groei. Door middel van de inmiddels gevormde navelstreng is het kind verbonden met de placenta. De placenta ligt meestal boven in de baarmoeder. Het is een min of meer ronde schijf en bestaat uit een foetaal gedeelte en een moederlijk deel. Tussen de beide delen vindt de uitwisseling van stoffen plaats. Voedingsstoffen en zuurstof gaan vanuit de moederlijke circulatie naar het foetale deel en vervolgens door de navelstreng naar de foetus. Afvalstoffen van het kind gaan omgekeerd via de navelstreng naar het moederlijke deel van de placenta.

 

Hormoonfunctie

Behalve een uitwisselingsfunctie heeft de placenta ook een hormoonfunctie. Reeds heel vroeg in de zwangerschap produceert de placenta het bekende zwangerschapshormoon (progesteron). Dit hormoon wordt tijdens de eerste maanden van de zwangerschap geproduceerd door het gele lichaam in de eierstok. Na ongeveer drie tot ongeveer vier maanden zwangerschap gaat het gele lichaam te gronde en is de progesteronproductie inmiddels overgenomen door de placenta. 

De vrucht

De vrucht is omgeven door twee vruchtvliezen. Tussen de vrucht en de vliezen bevindt zich vruchtwater. De twee vruchtvliezen vergoeien met elkaar na ongeveer veertien weken zwangerschap. De vliezen beschermen de vrucht tegen ziektekiemen die eventueel in de baarmoederhals aanwezig zijn. Het vruchtwater heeft verschillende functies. Het geeft op de eerste plaats bescherming voor de foetus tegen stoten. Het zorgt tevens voor een constante temperatuur. Bovendien kan de vrucht zich dank zij het vruchtwater vrij bewegen. Het geen bevorderlijk is voor een gelijkmatige ontwikkeling van de verschillende lichaamsdelen. De hoeveelheid vruchtwater neemt in de loop van de zwangerschap toe. De foetus drinkt niet alleen van het vruchtwater maar urineert er ook in. Het vruchtwater wordt op de duur troebel door de afgestoten cellen van huis en slijmvliezen.

Geboorte

Ongeveer 266 dagen na de bevruchting vindt de geboorte plaats. De moeder begint met de productie van het hormoon oxytocine, waardoor de baarmoederspieren zich samentrekken in een bepaald ritme. We noemen dit de weeen. naarmate er meer van het hormoon wordt afgegeven, worden de weeen heftiger. De vruchtvliezen breken en een deel van het vruchtwater stroomt naar buiten. Het kind word vervolgens vanuit de baarmoeder in de vagina geperst. Vandaaruit komt het kind ter wereld. De rest van het vruchtwater stroomt dan ook naar buiten. Onmiddelijk na de geboorte wordt de navelstreng afgebonden en door geknipt zodat er geen uitwisseling meer plaatsvindt via de placenta. kort na de geboorte komt de placenta naar buiten, wat ook wel bekend staat als de nageboorte.