InfoCash

Artikel

Verzorging van een kind in het eerste jaar.

Auteur: pompstra82 | geschreven op 06-05-2010

Over dit onderwerp zijn veel publicaties verschenen die heel uiitvoerig ingaanop alles wat met baby- en kleuterverzorging te maken heeft. Hier wordt slechts kort een aantal aspecten belicht, waar naar mijn idee altijd veel vragen over zijn. Voor het overige wordt verwezen naar de adviezen van het consultatiebureau en overige literatuur.


Navelstreng.

Na de geboorte wordt tegenwoordig op de navelstreng een klemmetje gezet dat zichzelf vastklikt. De ouderwetse veter heeft hiervoor plaats moeten maken. Op de tweede tot de derde dag is de navelstreng al sterk ingedroogd. Hij wordt verzorgd door de stom met wat alcohol te deppen en in een steriel gaasje te verpakken. In de komende dagen kan het stompje gemeen gaan stinken. Het weefsel gaat als het ware rotten omdat het afsterft tot de huid. Rond de zesde dag valt de navelstreng af. Je ziet nu de bodem van de navel die er nog wat pussig nat uitziet. Er hoeft nu nog maar even met een beetje alcohol te worden schoongemaakt. Daarna is het het beste om alles gewoon droog te laten. De eerste dagen wordt er nog een steriel gaasje op gelegd en heeft de baby nog een navelband om. Bij sommige kinderen zie je een roze knopje vanaf de bodem ontstaan. Dat is een soort herstelweefsel. Het wordt door de wijkverpleegster of door het consultatiebureau aangestipt met een zilvernitraatstift, waarna het weer snel teruggaat in grootte. De navel bloed in de eerste weken nog wel eens een beetje. Als het slechts af en toe een klein beetje is, hoeft er niets mee te gebeuren. Het komt veel voor en gaat vanzelf over. Met name doordat ouders lang met alcoholgaasjes poetsen, weken de ontstane korstjes weer los en begint het bloeden juist weer. Er ontstaat rond de navelstomp weleens een rode kring. Dat is wel een teken van een versterkte doorbloeding, maar betekent nog geen navelinfectie. Het kan toch geen kwaad het even aan de huisarts te laten zien. Navelinfecties zijn in onze streken overigens een grote zeldzaamheid.

Nagels.

De nageltjes zijn de eerste weken nog erg zacht en breken gemakkelijk af. Dat geldt zowel voor de vingertjes als voor de teentjes. Ze hoeven dan ook niet geknipt of gevijld te worden. Kinderen die wat overdragen zijn hebben al wel lange nagels als ze worden geboren.Ze kunnen zichzelf daarmee al flink in het gezicht krabben. Hier zou je wel voorzichtig met een vijltje langs de nageltjes kunnen gaan om ze kort te maken. Pak het handje je dan bij de vingertjes vast, anders maken ze door de grijpreflex het handje tot een vuistje en kun je er niet meer bij. De teennagels zien er, vooral die van de grote teen, nog anders uit dan bij ons. Het lijkt wel of ze ingebed liggen. Na een tijdje groeit de nagel er vanzelf overheen en ziet het eruit zoals je zou verwachten.

Geslachtsorganen.

Bij meisjes vormt zich een wittige vettige stof net onder de clitoris bij de kleine schaamlipjes. Dit hoeft niet te worden weggehaald. Het heeft waaarschijnlijk een bacteriëndodende werking. Het maagdenvlies is nog verdikt, waardoor geen ontlasting naarbinnen kan dringen. Bij jongetjes is de voorhuid nog geheel verkleefd met de eikel. Er hoeft de eerste jaren niets aan te worden gedaan. Pas rond het vijfde jaar is de hele voorhuid losgekomen. Bij een aantal is aanvankelijk nog een stukje verkleefd.

Luieruitslag.

Totdat ze zindelijk zijn hebben alle kinderen min of meer last van luieruitslag. Bij de een zie je alleen een paar rode puntjes, bij de ander is het net of ze in de brandnetels hebben gezeten. Steeds ontstaat luieruitslagdoor contact van de huid met de irriterende stoffen uit de urine en de ontlasting en door het vochtige milieu waarin alles plaats vindt.

Hoe is luieruitslag te voorkomen?

1) De baby zo kort mogelijk in een natte luier laten liggen. Hoe sneller de huid weer droog wordt en hoe minder inwerking van ammoniakachtige stoffen op de huid plaatsvindt, des te beter het is. Het helpt ook om niet direct na de voeding te verschonen, maar pas na een kwartiertje. Kinderen hebben juist dan een vieze luier. Door dit tijdstip te kiezen liggen ze langer droog.
2) Luiers gebruiken die goed het vocht opnemen. Voor het ontstaan van luieruitslag maakt het geen verschil of er papieren of katoenen luiers worden gebruikt.
3) Goed ontlasting- en urineresten van de billen wassen of poetsen. Ook oliedoekjes zijn hiervoor geschikt.
4) Laat de huid even aan de lucht drogen en vet alles goed in. Er zijn vele cremes en zalven in gebruik. De laatste zijn vaak op zinkbasis. Een oude bekende maar wel doeltreffend is een zalf met gelijke delen vaseline en zink. Andere zalven zijn vergelijkbaar, mits wel voor baby's bedoeld. Uierzalf is gelukkig weer wat uit de mode geraakt. Deze is voor de verzorging van de baby niet geschikt.
5) Wanneer er een schimmelinfectie is , kan deze vrij hardnekkig blijven bestaan. Hiervoor zijn speciale schimmeldodende zalven in gebruik. Een schimmelinfectie herken je aan de roodheid met schilfering en zogenoemde eilandjes voor de kust: rode plekjes die buiten het centrale grote gebied liggen. Het begint veelal in de plooien.
6) Bij het doorkomen van de tandjes en ook wel daarvoor merk je dat de ontlasting 'scherper' wordt en de huid eerder en heviger rood wordt. Het kind moet dan vaker een schone luier hebben en vooral niet te lang met een poepbroek blijven liggen.
7) Als de huid erg is aangedaan kan het helpen de baby geen luier aan te doen, maar van een katoenen luier een wikkelrok te maken, die bijvoorbeeld met twee veiligheidsspelden wordt vastgemaakt. Het kind kan dan met de luier op een celstof matje of een zeiltje liggen, om doorlekken te voorkomen. Wanneer de huid niet meer is afgedekt, kan hij aan de lucht genezen. Met een paar dagen is dat al het geval.
8) Ik tref soms moeders die veel baat vinden bij ouderwetse huismiddeltjes zoals yoghurt en stijfselpap. Daar deze methoden toch geen grote verbreiding hebben gevonden, twijfel ik aan het nuttig effect bij een beetje voortgeschreden luieruitslag.
9) Als het toch echt niet wil lukken, vraag dan aan de huisarts of kinderarts om hulp.