InfoCash

Artikel

Slaapproblemen.

Auteur: pompstra82 | geschreven op 16-05-2010

Veel kinderen hebben in een bepaalde periode één of ander slaapprobleem. Bij de één gaat het met een paar weken weer over, terwijl het bij de ander veel hardnekkiger blijkt te zijn. We moeten hierbij duidelijk onderscheid maken tussen tijdelijke slaapproblemen die deel kunnen uitmaken van de normale ontwikkeling bij baby's en kinderen, en chronische slaapproblemen.


Eerste weken.

In de eerste weken is het dag-nachtritme nog weinig ontwikkeld. Na een poosje slapen baby's 's nachts een aantal uren langer dan overdag. Wanneer kinderen nu nog 's nachts wakker worden, heeft het geen zin hen lang te laten huilen. Anderzijds hoeven ze ook niet bij het minste of geringste huiltje opgepakt te worden of te worden gevoed. Dit onderscheid is niet altijd zo eenvoudig. Toch moet het voor het kind niet een automatisme, of aangeleerd gedrag worden, dat het door te huilen direct maar de aanwezigheid van moeder kan oproepen. Probeer ook vooral niet te lange nachtelijke sessies te houden met de kleine. Is aan alle wensen voldaan, dan moeten ze het ook maar even zelf uitzoeken. Meestal vallen ze dan toch wel weer in slaap.

Tweede halfjaar.

In het tweede jaar is de zuigeling zich bewust geworden van de aanwezigheid van moeder. Nu ook ontstaat de eenkennigheidsperiode. Slaapproblemen kunnen nu ontstaan door scheidingsangst. Het zich bewust worden van de afwezigheid van de moederfiguur roept angst op en houdt de baby uit de slaap. Wanneer ze weer in de buurt is, is alles weer goed. Dit proces moeten kinderen doormaken. Ze moeten nog leren dat iemand wel kan blijven bestaan, zonder dat je hem ziet. Ze kunnen dit aanvankelijk helemaal niet bevatten. Maar uiteindelijk leren ze ermee omgaan.

Wat moet je doen als de baby niet wil slapen.

Het helpt kinderen vaak goed wanneer er bepaalde vaste patronen inde dagindeling voor ze herkenbaar zijn. Ook voor het slapen gaan kunnen we zo'n vast ritueel aanhouden. Kinderen vinden het heerlijk als de dingen verlopen volgens een vast stramien dat ze helemaal kunnen beheersen. Er hoeft niet te lang bij alles te worden stilgestaan. Pyjamaatje aan, tandjes poesten, nog even naar buiten kijken bij het dichtdoen van de gordijnen en dan in bed. Voor oudere zuigelingen kan nog een liedje worden gezongen, voor peutertjes een kort verhaaltje en na een slaapkus de kamer uit. Als de kinderen dan gaan roepen of huilen, is het best om nog even terug te komen, maar maak het niet te lang. Er moet duidelijkheid voor ze zijn in de houding van ouders. Een zekere twijfel over uit bed nemen of nog wat rondlopen zal direct worden aangevoeld en de kleine zal de volgende keer nog langer volhouden om je weer terug te krijgen.