InfoCash

Artikel

Ontwikkeling van het kind in het tweede jaar.

Auteur: pompstra82 | geschreven op 17-05-2010

Het tweede jaar - de wereld word ontdekt. De motorische ontwikkeling die na een jaar is ingezet, maakt het mogelijk de wereld te gaan verkennen.


Door het spelen verder ontwikkelen.

Kinderen gebruiken hun spel als vrijetijdsbesteding, maar tegelijkertijd als een voortdurende oefeningom vaardigheden op te doen. Dit strekt zich uit over een breed gebied. In het spel leert het kind met voorwerpen om te gaan, leert het de samenstelling van materialen kennen. In de peuterleeftijd spelen de kinderen veelal alleen. Ze hebben geen anderen nodig en kunnen tijden in de zandbak alleen bezig zijn. Vooral plastische materialen, zoals modder en water, vinden ze heerlijk. Jonge kinderen moeten alles ondervinden en uitvinden. Ze leren door voortdurend herhalen en proberen. Met tweeëneenhalf jaar kunnen ze al torentjes bouwen door blokken netjes op elkaar te stapelen. De oog-hand-coördinatie heeft zich al zover ontwikkeld. Ook leren ze in hun spel hun eigen lichaam kennen door middel van klimmen, klauteren, rollen enzovoort. Ze zijn dol op lichamelijk contact met ouders of broertjes en zusjes. Eenvoudige dingen als duwen en trekken, kietelen en knuffelen vinden ze heerlijk. Peuters hechten er in hun spel nog weinig aan als iets word afgemaakt. Hun intresse kan snel weer door andere dingen worden gewekt, waardoor het eerste spelletje geen enkele aandacht meer krijgt. Ze zijn er niet op uit hun bouwwerken lang te laten bestaan en kunnen de zojuist gemaakte constructie met een gerichte klap in het rond doen vliegen. Pas veel later worden ze trots op hetgeen ze hebben gemaakt en wordt vader of moeder erbij gehaald om het te komen bewonderen. Na het aolleen spelen, gaat zo rond de tweede verjaardag het samenspelen ontstaan. Er is dan nog niet zozeer beïnvloeding door de aanwezigheid van een ander kind, maar meer een samen en naast elkaar met hetzelfde bezig zijn. Door het contact met andere kinderen ontwikkelen ze sociale vaardigheden. Geleidelijk wordt nu meer met elkaar gespeeld, waarbij een zeker beurt verdelen ontstaat. De één werkt op de ander en er ontstaat een meer gemeenschappelijk doel. Spelletjes die een verregaande vorm van samenwerking vereisen zijn dan ook in de peutertijd niet succesvol. Pas in de kleutertijd is er echt coöperatief spel aanwezig. Nu komen ook de net-alsof-spelletjes in trek. Daarbij wordt één kind ineens politie en de ander een boef. Vadertje en moedertje-spel met een imitatie van het oudergedrag. Het is natuurlijk niet zo dat deze fasen elkaar exact opvoolgen. In de ene periode komen vaak nog veel kenmerken van de andere voor. Wel blijkt uit het spel hoe de psychische ontwikkeling van het kind is. Bij de beoordeling van de ontwikkeling maakt een kinderpsycholoog dan ook gebruik van de observatie van het kinderspel. Kinderpsychotherapie is vaak speltherapie. Dat wil zeggen dat door het spel het kind iets laat zien over zijn emoties. Anderzijds worden ook weer via het spel emoties opgelost of beter op hun plaats gebracht.

Geestelijke ontwikkeling.

Deze is duidelijk af te lezen aan de taal- spraakontwikkeling. Tussen anderhalf en twee jaar wordt wel de papegaaien leeftijd genoemd. Ze kunnen de hele dag bezig zijn met het herhalen van woorden die ze net hebben opgevangen. Bij de één sneller dan bij de ander ontstaan nu de tweewoordzinnen, zoals 'mamma doen''t is dat' 'poes au' en dat soort woordjes. De overgang naar tweewoordzinnen is belangrijk, omdat het kind er blijk van geeft verbanden te zien tussen bepaalde dingen of situaties. Het kind is zich ook bewust geworden van zijn plaats in het gezin. Het leert de hele dag van ervaringen met ouders, broertjes of zusjes. Als uiting van zijn individualiteit gaat het nu ook het woord 'ik' gebruiken of zijn voornaam. De toename van de woordenschat is geweldig, en tegen de derde verjaardag worden al hele zinnetjes gemaakt. De peuter heeft nu al wel duizend of meer woorden tot zijn beschikking. De grammaticale regels worden goed nageleefd. Toch zijn er nog wel foutjes, die meer te maken hebben met het logisch volgen van de regels. Zo kunnen ze bijvoorbeeld zeggen: 'Ik heb mamma geroept'.