InfoCash

Artikel

Problemen met zindelijkheid.

Auteur: pompstra82 | geschreven op 19-05-2010

In dit artikel wordt aandacht besteed aan de meest voorkomende problemen met zindelijkheid, namelijk het bedplassen en het broekpoepen. Voor de meeste kinderen is de periode tussen twee en vier jaar het moment waarop ze geheel zindelijk worden. We bedoelen daarmee dat ze zowel de plas als de ontlasting kunnen ophouden en op een geschikt ogenblik in een potje kunnen doen. Daarvoor is het belangrijk dat de zelfstandige regeling van deze functies wordt overgenomen door hogere hersengebieden. Het is duidelijk dat er bij een baby nog geen zindelijkheid is te verwachten. Is de blaas tot een bepaald niveau gevuld, dan ontstaat er een aandrangreflex welke het ontsluitingsmechanisme opheft, en via de blaaspier komt het tot plassen. Dit gaat zo door tot in het tweede jaar. Dan pas zijn de controlerende hogere gebieden zover uitgerijpt dat het kind de aandrangreflex weet te onderdrukken. Een vroege training en ouderlijke bemoeienis heeft vóór die tijd heel weinig effect. Uiteindelijk moet het kind zelf zindelijk worden. Vanaf het tweede jaar kunnen ouders altijd op een ontspannen maar wel gerichte manier, met het trainen beginnen. Op zeker moment zal het kind zich bewust worden van het feit dat het zelf controle kan uitoefenen. Dat doet het eensdeels door imitatiegedrag, anderzijds doordat het uit is op de waardering van ouders en gaat merken dat het proberen de plas in een potje te doen tot groot enthousiasme van vader en moeder leidt. Sommige kinderen zijn er sneller mee dan andere, maar uiteindelijk is het grootste deel droog overdag.


Bedplassen.

Hierboven zagen we hoe het zindelijk worden meestal verloopt. Het 's nachts één of meedere malen in bed plassen wordt ook wel enuresis nocturna genoemd. Het laatste woord betekent dat het 's avonds of 's nachts gebeurt. Komt het overdag voor dan heet het enuresis diurna. Dit komt veel minder vaak voor. Bij deze plasproblemen moet we onderscheidt maken tussen deze enuresis en incontinentie. Bij een enuresis, of het nu 's nachts of overdag is, wordt een gehel plas in bed of in de broek gedaan. Het kind is daarbij dan kliedernat. Bij incontinentie gaat het om verlies van kleine hoeveelheden die frequent weglekken. Er zijn nog meer verschillen waarmee uw huisarts bekend is. Het zoeken naar afwijkingen aan de urinewegen is bij echte bedplassers niet zinvol en kan worden nagelaten. De verdeling tussen jongens en meisjes is in verhouding van 2:1. Bij zevenjarige jongens is nog zo'n 15 procent regelmatig nat. Bij tienjarigen bedraagt het voor jongens nog 7 procent en onder meisjes 4 procent. Ieder jaar wordt van de groep die nat is spontaan 15 procent droog. Om nog even bij een paar cijfers te blijven; 70 procent van de kinderen heeft een eerstegraads familielid dat ook een probleem had met bedplassen. Bij circa 45 procent heeft één van de ouders ook enuresis gehad, waarbij circa 30 procent het tot het tiende jaar had. Bij kinderen van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse ouders komt bij de oudere leeftijdsgroepen het bedplassen veel meer voor dan bij Nederlandse kinderen. Mogelijk heeft dit te maken met de manier waarop de zindelijkheidstraining bij deze kinderen verloopt.

Oorzaken:
Veelal wordt voor het bedplassen als oorzaak aangegeven dat de kinderen te diep slapen. Toch is uit onderzoek gebleken dat het slaappatroon bij deze kinderen niet anders is dan bij degenen die droog blijven. Uit observatie en gelijktijdig EEG-onderzoek is gebleken dat op het moment van plassen ze juist een hele lichte slaap vertonen en zelfs een bijna- waakniveau in de elektrische hersenactiviteit laten zien. Men neemt aan dat de bedplassers niet reageren op de prikkel van een volle blaas, terwijl degenen die 's nachts droog zijn de prikkel om te plassen wel weten te onderdrukken. Opvoedingsproblemen spelen geen rol bij het op latere leeftijd droog worden. Strenge maatregelen zijn uiteraard uit den boze en helpen niet.

Therapie.

Momenteel geven we niet meer als eerste de voorkeur aan medicijnen om droog te worden. Het kind boven de 7 jaar dat een goede motivatie heeft, kan worden geholpen met een zogenoemde enuresiswekker ofwel plaswekker. Deze apparaten bestaan uit een soort luier die verbonden is met een wekker. Plast het kind dan loopt er een stroompje rond, wat een luid wekkersignaal afgeeft. De bedoeling van de methode is dat kinderen via een soort gedragstherapie gaan aanleren wanneer ze een vol gevoel in de blaas hebben. Deze methode is het doeltreffendst en wordt dan ook veel toegpast. De ziektekostenverzekeraars vergoeden in ieder geval eenmalig voor een periode van een aantal weken een enuresiswekker. Wat je nogal eens hoort is dat het hele huis bij een alarm rechtop in bed zit, terwijl de betrokkene heerlijk doorslaapt. Daarmee het idee van de ouders bevestigend dat het toch veroorzaakt wordt door diep slapen, en de wetenschap met lege handen achterlatend.
Medicatie in de vorm van zogenoemde tricyclische antidepressivum imipranine (Tofranil) wordt tegenwoordig minder toegepast, ofschoon de effectiviteit redelijk te noemen is. Het werkingsmechanisme van deze middelen is onbekend. Een nadeel vormt het relatieve risici voor andere kinderen, omdat het laten slingeren van een doosje met deze tabletten tot ernstige vergiftigingen kan leiden. Vaak wordt tegenwoordig een hormoon gebruikt dat in ons lichaam de waterhuishouding regelt. Dit synthetisch gemaakte hormoon desmopressine (Minrin) wordt in tabletvorm of als neusspray ingenomen. Omdat de urineproductie hiermee afneemt, is er minder blaasvulling. De plas is geconcentreerder. Kinderen mogen als ze dit hebben ingenomen geen grote hoeveelheden meer drinken, omdat het vocht het lichaam niet meer uitkan. Er komen veel recidiven voor als ze al droog zijn geworden. Daarom wordt wel een langzame afbouw gepropageerd. Desmopressine wordt vooral gebruikt voor kinderen die op vakantie gaan of gaan logeren, om er daarna weer mee te stoppen. Het idee om bij familie of vriendjes een nat bed te krijgen vinden kinderen, terecht denk ik, heel vervelend. Als ze hiermee dan een verzekerde droge nacht hebben, weegt dat op tegen de nadelen. Bij een aantal doet het middel evenwel niets. Probeer het dus wel eerst uit voor er helemaal op te vertrouwen.

Broekpoepen.

Veel minder voorkomend dan het bedplassen, wordt dit bij jongens twee maal vaker gezien dan bij meisjes. Bij een schatting over het voorkomen worden cijfers opgegeven van 4,5 procent bij vier- tot achtjarigen. Het is vooral een faseprobleem dat bij de meerderheid van de kinderen overgaat. Door kinderartsen en gedragswetenschappers werd in het verleden nogal verschillend over dit probleem gedacht. Tegenwoordig onderscheiden we twee groepen kinderen: zij die het probleem hebben gekregen door verstopping, en degenen die geen verstopping hebben. Wat ook de oorzaak daarvan mag zijn, steeds gaat het om kinderen die minstens eenmaal per maand, maar vaak wel enige keren per dag ontlasting in het ondergoed hebben. Het is te begrijpen dat ouders hiervan radeloos kunnen worden. Toch is het geen opzet dat het kind de ontlasting niet kan ophouden, ofschoon het misschien soms anders lijkt. Straffen heeft nooit enige zin. Voor het kind zelf is het een even frusterende situatie, waarbij het ook wel merkt hoe de omgeving op deze onzindelijkheid en de bijkomende stank reageert. Wanneer kinderen verstopping hebben, raakt de ontlasting steeds verder ingedikt. Het laatste deel van de darm is voortdurend gevuld, waardoor de aandrang reflex tenslotte niet meer goed wordt gevoeld. Doordat de vulling de darmwand doet uitrekken gaat de functie achteruit, waardoor weer meer ontlasting gaat ophopen. Op deze wijze ontstaat er een vicieuze cirkel die alleen kan worden doorbroken door er steeds voor te zorgen dat de darm zo leeg mogelijk is. Dit wordt b ereikt door middel van laxeermiddelen, in het begin aangevuld door klysma's. Net zoals het probleem is ontstaan moet het ook weer worden opgelost. Dat kost tijd. Het is goed dit vooaf al te weten, omdat door de lange duur van de behandeling behalve het kind ook de ouders het vaak niet meer zien zitten. Er zijn kinderen die alleen wat strepen in de broek hebben van tamelijk zachte ontlasting, anderen hebben een vrij grote massa van dikkere korrelige ontlasting. Beide tekenen wijzen op een verstopping. Behandeling hiervan bestaat uit dieetmaatregelen: veel vezels, veel drinken, laxeermiddelen en klysma's. Een andere aanpakdaarbij is de zogenoemde biofeedback-training. Kinderen leren hierbij op de juiste wijze te persen en te regaeren op het aandranggevoel. Zeker wanneer geen verstopping aanwezig is, zal naast de medische aspecten ook onderzoek en behandeling door een orthopedagoge of kinderpsychiater worden gevraagd. Dit om bijvoorbeeld aandacht te geven aan de gezinsomstandigheden en spanningen die het kind kan ondervinden in relatie met zijn omgeveing.