InfoCash

Artikel

Het Nieuwe Atheïsme: wetenschappelijkheid

Auteur: HectorServadac | geschreven op 22-07-2010

Geloof en wetenschap hebben een tijdje naast elkaar kunnen leven, maar nu is toch de oorlog uitgebroken. Volgens het nieuwe atheïsme is gelovigheid alleen maar een vorm van onkunde. Wie een goede wetenschappelijke opleiding heeft gehad, wordt van de kwaadaardige religieuze overtuigingen bevrijd.


Het primaat van de wetenschap


Het nieuwe atheïsme is gebaseerd op de overtuiging dat alleen de natuurwetenschappen werkelijke kennis van de wereld kunnen geven. Die overtuiging staat bekend als scientisme. Er worden twee vormen van onderscheiden. De sterke vorm: de overtuiging dat de empirische natuurwetenschappen de enige bron zijn van onze kennis van de wereld. De zwakke vorm: de overtuiging dat de empirische natuurwetenschappen de beste bron zijn van kennis van de wereld. In het laatste geval is er nog enige speelruimte voor overtuigingen van niet wetenschappelijke aard. In beide gevallen wordt het domein van de religie opgevat als een kwaadaardige vorm van poëzie. Met name Dawkins herhaalt steeds het punt, dat geloof in God het geloof is in een of andere realiteit. Alleen de natuurwetenschap kan zinvolle uitspraken doen over de realiteit. Bijgevolg als in de natuurwetenschappen geen enkel bewijs kan worden gevonden voor het bestaan van een goddelijke realiteit, dan volgt daaruit met noodzaak de conclusie dat een dergelijke realiteit ook niet bestaat.

Het belang van bewijs


Het nieuwe atheïsme hamert ook op dit ene punt: dat voor elk soort van geloof een of andere adequate bewijsvoering moet bestaan. Een geloof is alleen maar te rechtvaardigen als het bewijzen kan aanvoeren voor wat het geloof. De conclusie is volgens het nieuwe atheïsme, dat geloof in God altijd zonder rechtvaardiging blijft. In de eerste plaats omdat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs bestaat om aan te nemen dat God bestaat in de tweede plaats omdat er geen bewijsvoering mogelijk is waarin voor het bestaan van God of voor het niet bestaan van God een bewijs kan worden gevonden. Geloof wordt dus gezien als een hypothese de opvatting dat een bovenmenselijk wezen bestaat die het universum gemaakt zou hebben. Dat is niet gebaseerd op een weggeleid soort van bewijs, waarop lokale tradities en overtuigingen van een puur persoonlijke aard.

Kritiek


Deze nadruk op wetenschappelijkheid heeft wel tot de kritiek geleid, dat het nieuwe atheïsme nu zelf ook principes invoert waarvoor geen adequaat bewijs kan worden geleverd. Het bewijst dat de natuurwetenschappen de enige bron van kennis is, en dat alleen een wetenschappelijke bewijsvoering kan leiden tot een geldige aanrader van het bestaan van een realiteit, is zelf uiteraard ook aan de noodzaak van bewijs onderhevig. Voor het standpunt dat alleen de wetenschap bron is van waarheid, kan echter geen wetenschappelijk bewijs worden geleverd. Het beginsel waarbij het nieuwe atheïsme werkt, blijft tot op zekere hoogte in de lucht hangen.