InfoCash

Artikel

De morele waardering van religie

Auteur: HectorServadac | geschreven op 22-07-2010

Vroeger konden atheïsten nog wel waardering opbrengen voor het morele gehalte van gelovigen. In het nieuwe atheïsme is dat nu anders. De goeroes van deze nieuwe beweging, Dawkins, Harris, Dennett, en Hitchens, benadrukken dat de religie kwaadaardig is. Zelfs wanneer de aandelen dat religie en bijproduct is van op zich nuttige overlevingsinstincten, moeten we vaststellen dat religie nu uitsluitend een bron is van immoraliteit en gewelddadige conflicten.


Morele verwerping


Het nieuwe atheïsme verwerpt alle vormen van geloof op morele gronden. Religieuze overtuigingen en praktijken hebben voornamelijk negatieve gevolgen gehad. Ze wijzen op de zelfmoord aanslagen van Palestijnen, op de inquisitie in de Europese geschiedenis, en het misbruik van kinderen door katholieke priesters. Al deze immorele daden worden toegeschreven aan het geloof zelf. Het geloof motiveerde immers de overtuiging dat wat men doet wordt bevolen door God zelf. Het belangrijkste voorbeeld is het verhaal van Abraham. Wanneer God Abram beveelt om zijn kind te offeren, doet Abraham dat zonder nadenken. Die gehoorzaamheid aan het immorele is het model van de levenshouding van gelovigen. Kortom, religieuze immoraliteit is eerder de regel dan uitzondering.

Goede religie bestaat niet


Het nieuwe atheïsme produceert voortdurend lijsten met voorbeelden van daden die door religie worden gemotiveerd. Vaak worden ze geconfronteerd met de aanklacht dat de morele gevolgen van het atheïsme erger zijn dan die van gelovigen. Zo zegt men vaak dat de misdrijven van Hitler en Stalin en Mao erger zijn dan de misdrijven in naam van de religie.

In het nieuwe atheïsme wordt dan meestal geantwoord dat Hitler claimde dat hij een christen was. Hoewel Stalin's regime in naam atheïstisch was, werd het uiteindelijk door een religie beïnvloed. In andere gevallen wordt wel gezegd dat sommige schijnbaar atheïstische regimes in feite worden opgezet als een religie. Bovendien zijn de misdrijven tegen de mensheid onder Stalin en Mao gepleegd zijn niet door hun atheïsme veroorzaakt.

In het nieuwe atheïsme heerst er een consensus over de vraag wat erger is: het schijnbare atheïsme van dictators in de wereldgeschiedenis, of de openlijke religieuze houding van kerkelijke leiders. In beide gevallen is er een religieuze grondhouding waarin men claimt over een absolute moraal te kunnen beschikken. Ook bij Stalin en Mao en Pol Pot is er dus sprake van een religieus geloof dat noodzakelijk tot kwaadaardigheid moet leiden.