InfoCash

Artikel

Nieuw atheïsme: een seculiere moraal

Auteur: HectorServadac | geschreven op 22-07-2010

Religieuze mensen zijn immoreel. Dat is althans de opvatting van het nieuwe atheïsme. Religieuze mensen volgen een irrationele overtuigingen en doen blindelings wat hun macht beluste leiders zeggen. Het nieuwe atheïsme komt met de claim dat alleen zonder geloof en basis kan worden gevonden voor de menselijke moraal. En zonder God moet die moraal natuurlijk seculier zijn.


Natuur of conventie?


Veel mensen die zichzelf atheïst noemen geloven dat de basis voor de menselijke moraal berust op een afspraak. In de ene samenleving bestaan andere morele normen dan in de andere. Het verschil tussen die morele systemen kan worden verklaard door te kijken naar de geschiedenis, of naar de natuurlijke omstandigheden waarin men leeft. Het lijkt er dus op dat er twee mogelijkheden hebben. Ofwel we geloven in God en daarmee in een absolute morele normen, ofwel we geloven niet in God en daarmee verwerpen ook elke absolute moraal. Atheïsten zijn dan noodzakelijk relativisten als het op de moraal aankomt.
Het nieuwe atheïsme verwerpt echter het morele relativisme. Vanuit onze inzichten in de evolutie van de mensheid, kunnen we wel degelijk spreken over universele normen van goedheid en gerechtigheid. Op verschillende manieren komt dat in de discussies van het nieuwe atheïsme naar voren. Soms wordt er verwezen naar een consensus die overal ter wereld bij alle verschillen in religie en samenleving toch bestaat over bepaalde fundamentele normen. Elke samenleving zal in beginsel geweld tegen kinderen afwijzen, er is geen samenleving die openlijk zal stellen dat moord is toegestaan. Nog interessanter is het feit dat de morele kritiek op de religie, onvermijdelijk blootlegt dat we al menen over een morele standaard te kunnen beschikken. We ontdekken onze eigen moraal in zekere zin tijdens de uitoefening van morele kritiek.

Wat is de morele norm?


De eerste vraag die kan ontkomen is die naar de inhoud van de moraal. Sam Harris beantwoordt die vraag door te stellen dat alle vragen over goed en kwaad eigenlijk vragen zijn over het geluk en het lijden van bewuste levende wezens. De basis intuïtie van elke moraal is dus, dat wat het geluk van een levend wezen bevordert goed moet zijn, en dat lijden in beginsel altijd verkeerd is.
In de discussie met het fundamentalisme komt vaak de vraag naar voren hoe we kunnen weten wat de universele morele standaard is, als er geen openbaring zou zijn van de wil van God. Dat nieuwe atheïsme komt met de stelling, dat een fundamentele morele kennis universeel is voor de hele mensheid. Sam Harris spreekt daarbij over een morele intuïtie. Dat betekent dus dat alle mensen over een morele intuïtie beschikken dat het geluk en welzijn van een ander levend wezen moet worden bevorderd en lijden moet worden uitgesloten.
Het nieuwe atheïsme wil uitsluiten dat een dergelijke moraal alleen maar berust op een sociale consensus. Maar wat is dan de natuurlijke grondslag van een dergelijke universele morele norm? Is er iets in onze evolutie waardoor sommige gedragingen als moreel goed en andere als moreel kwaad gelden? In het nieuwe atheïsme wordt nu aangenomen dat onze morele intuïtie is een basis hebben in de biologie. Er zijn volgens Richard Dawkins goede redenen waarom mensen, ja zelfs sommige dieren, moreel gedrag vertonen. De solidariteit die de voelen voor andere levende wezens, de noodzaak van sociale instincten, maakt het begrijpelijk waarom wij morele wezens zijn uiteindelijk bevorderd dat ons gezamenlijk overleven. En onze genen zijn uiteindelijk zelfzuchtig, dat zal zeggen wanneer het gezamenlijk overleven wordt bevorderd, dan wordt daarmee ook de kans vergroot dat mijn genen zich in het nageslacht zullen voortplanten. Het gaat dus niet in laatste instantie om mijn overleven, maar om de kans dat mijn genen worden doorgegeven.
Tenslotte kunnen nog deze vraag stellen. Waarom zouden we ons eigenlijk moreel gaan gedragen? Volgens Sam Harris is het antwoord heel simpel: omdat we daarmee aan ons eigen geluk bijdragen.

Kritiek


Een van de kritische opmerkingen hierbij is deze. Wanneer we hebben vastgesteld wat moreel gedrag veroorzaakt hebben we nog niet gezegd waarom deze morele beginselen waar, dat wil zeggen werkelijk goed zouden zijn. Een oud filosofisch probleem komt hier dus terug, namelijk dat van de scheiding tussen oordelen over de feiten in oordelen over waarden. Wanneer je moreel gedrag wel verklaren, kun je bij de biologie terecht, maar wanneer je wilt vaststellen wat goed of wat kwaad is, kom je met die verwijzing niet veel verder.
Ook het idee dat we ons moreel willen gedragen omdat dat ons geluk bevordert, kan onder kritiek worden gesteld. Morele keuzes zijn immers altijd specifiek. Het gaat om concrete handelingen op bepaalde tijdstippen. Of het gaat om algemene morele regels die in een samenleving geldig zijn. Wanneer we alleen maar vaststellen dat het uiteindelijk om ons eigen geluk te doen is, maar dat de keuze niet makkelijker. Immers de kunnen van tevoren niet werkelijk weten wat Amelsvoort zal bijdragen. We hebben dus opnieuw wel met een verklaring van het feit van moreel gedrag te maken, maar we hebben geen beginsel waarmee we kunnen vaststellen wat moreel en wat immoreel is.