InfoCash

Artikel

Pacifisme: moord en doodslag

Auteur: HectorServadac | geschreven op 22-07-2010

Het is duidelijk dat pacifisten tegen alle vormen van geweld zijn. De ultieme vorm van geweld is moord. Net als alle andere mensen zijn pacifisten dus tegen moord. Maar nu moet er even nagedacht worden. Hoe zit het dan met euthanasie en zelfverdediging, en de doodstraf, en abortus, en zelfmoord? Wat is dan de houding van de pacifist tegenover deze zaken?


Zelfverdediging

Er is een uitspraak van de populaire filosoof Kahlil Gibran: "Als mijn overleven de oorzaak is van de dood van een ander, dan zou mijn eigen dood lieflijker en aangenamer zijn." In een dergelijke ethiek is het erger om te doden, zelfs in zelfverdediging, dan om zelf dood te gaan. Het is duidelijk dat de zuiverheid van de pacifist in zijn morele handelen belangrijker is dan het eigen leven. Maar in die opvatting zitten twee contradicties.
In de eerste plaats de contradictie tussen twee waarderingen van het leven, die van mijn mogelijke slachtoffer en van mijzelf. Als ik het leven van een ander niet mag nemen omdat dat een absolute waarde inhoudt, waarom mag ik dan wel mijn eigen dood accepteren? Want als ik het leven van een ander niet als een middel mag zien om eigen doelen na te streven, hoe kan ik dan mijn eigen leven zien als een middel om morele zuiverheid na te streven?
In de tweede plaats, als het beter kan zijn om te sterven dan het leven van een ander te nemen, waarom is het dan niet beter dat die ander sterft dan dat hij mijn leven neemt? Door mijzelf te verdedigen, zou je kunnen zeggen, verhinder ik juist dat een ander straks de schuld draagt dat hij mij heeft vermoord. Met andere woorden, het is niet duidelijk waarom ik mij niet evenzeer druk zou moeten maken, binnen deze redenering, om de morele zuiverheid van mijn vijand.
Het streven naar morele zuiverheid kan ook nog op zichzelf onder kritiek worden gesteld omdat het berust op een misverstand over de aard van de wereld. De pacifist die morele zuiverheid boven alles stelt maakt zich bovendien afhankelijk van de morele onzuiverheid van anderen. Het is makkelijk om je aan de noodzaak van geweld te onttrekken, als anderen vuile handen maken om jou te beschermen.

Pacifisme als luxe

Het absolute morele standpunt van de pacifist kan ertoe leiden dat hij zich afhankelijk maakt van de onzuiverheid van anderen. Er lijken twee argumenten te zijn waarmee de pacifist aan deze tegenspraak kan ontsnappen.
In de eerste plaats kan de pacifist zeggen dat hij elke vorm van zelfverdediging afwijst die het noodzakelijk maakt om een ander te schaden, zelfs als hij zich agressief opstelt. Je kunt beter zuiver sterven, dan onzuiver leven. In een religieus gemotiveerd pacifisme lijkt hiermee weg te komen. De beloning van de morele zuiverheid wordt dan niet in dit leven gevonden, maar in het leven hierna.
Uiteraard heeft dit argument geen waarde voor degenen die niet geloven in een leven na de dood. Maar religieuze pacifisten zouden kunnen proberen hiermee te ontkomen aan de kritiek, dat een dergelijke houding agressie beloont. Immers, "het kwade zal altijd bloeien als goede mensen niets doen."
Een tweede mogelijk argument is het verdelen van de mensheid in twee groepen. De eerste is instaat om morele zuiverheid te bereiken - en die zijn daartoe dan ook verplicht - en de tweede is daartoe niet instaat en moet dat niet eens proberen. In dat argument moest je althans niet praten over hemelse beloningen. Het is duidelijk dat dit argument een nieuwe reeks van problemen oproept, omdat we nu spreken over het pacifisme als een voorrecht van een elite, zoals van de priesters in de middeleeuwse kerk of van de monniken in het boeddhisme.