InfoCash

Artikel

Heksen en Hekserij - vroeger en nu

Auteur: Eburonia | geschreven op 27-07-2010

Sedert mensenheugenis geloofden mensen in het bestaan van bovennatuurlijke wezens en magie. Dit vertaalde zich als geloof in geesten, elfen, trollen, demonen en last but not least heksen en tovenaressen.Over deze laatste ga ik het hier hebben. Iedereen kent wel een of ander verhaal of anekdote over hekserij. Maar wat was en is hekserij nu precies ? Met dit artikel wil ik 'n tipje van de sluier oplichten over dit fascinerend en misschien ook wel een beetje beangstigend gegeven.


HET TYPISCHE PROFIEL VAN EEN HEKS.

Vrouwen die zich te zelfstandig opstelden zoals bvb. genezeressen, kruidendeskundigen, vroedvrouwen, enz., maar ook arme vrouwen zoals bedelaressen, weduwen die na de dood van hun man met armoede te kampen kregen, leursters, ... werden zeer vlug als heks bestempeld.

HEKSENVERVOLGING IN VLAANDEREN.

Het hoogtepunt van de heksenvervolging in Vlaanderen is te situeren in de periode tussen 1593 en 1615. In de zeventiende eeuw kwam er meer en meer kritiek op heksenprocessen, o.m. door de wetenschappelijke vooruitgang. In de negentiende eeuw onstond grote belangstelling voor hekserij in het verleden. Hoewel de heksenvervolgingen zwarte bladzijden in de Europese geschiedenis zijn, werden in dezelfde periode veel meer mensen het slachtoffer van de kettervervolgingen en godsdienstoorlogen en de heksenvervolging wordt kwantitatief dus soms overschat.

REPRESSIE VAN HEKSERIJ.

Het oude volksgeloof, 'heidense' rituelen, enz. werden door de Kerk gediaboliseerd: alles was duivels.
Rond de twaalfde eeuw waren heel wat sekten en ketterse groeperingen ontstaan, die een bedreiging vormden voor het roomse geloof: sekten zijn 'des duivels', want ze ondermijnen het rooms-katholieke geloof.
Bij het begin van de inquisitie in de dertiende eeuw werden ketters en heksen op één hoop gegooid. De pauselijke bul 'Summis desiderantis affectibus' (1484) drong aan op heksenvervolging, maar de echte heksenjacht is pas honderd jaar later begonnen.

Een van de beproefde methoden om een heks te herkennen was de zogeheten waterproef. Dit was een godsoordeel. Een godsoordeel diende om de schuld van de aangeklaagde vast te stellen. God zou een onschuldige immers zeker redden. Bij de waterproef werd de arme drommel die beschuldigd was van hekserij met gebonden handen en voeten in het water gegooid. Als de vrouw bleef drijven was het een heks en werd ze gemarteld of meteen ter dood gebracht. Zonk ze dan was ze onschuldig en werd ze met een touw naar boven getrokken en mocht naar huis als ze ondertussen al niet verdronken was.

Een ander godsoordeel was de vuurproef: de heksenvervolgers waren ervan overtuigd dat een vrouw die een verbond met de duivel had gesloten en dus een heks was, niet makkelijk kon verbranden. Dus moest een van hekserij verdachte blootsvoets over hete kolen lopen of zij kreeg een hete staaf in haar hand of rug gedrukt. Als diegene blaren kreeg, dan was je geen heks en kwamen er wel blaren dan was je dus wel een heks.

Ook de weegproef werd veelvuldig toegepast om een heks te herkennen. Immers een heks kon niet zwaar wegen, hoe zou ze anders op een bezem kunnen vliegen. De verdachte werd helemaal uitgekleed om te voorkomen dat de “heks” zware dingen onder haar kleren zou kunnen verbergen om zodoende zwaarder te lijken. Ze kreeg dan een soort wit kleed aan en dan gewogen. Woog de vrouw te weinig naar het oordeel van de inquisiteurs dan stond het vast dat ze een heks was.

Godsgerichten (het tweegevecht, de vuurproef, de waterproef, de weegproef) werden door paus Innocentius III verboden in 1215, maar men ging gewoon door met de proeven.