InfoCash

Artikel

Het evangelie van de Zoon: Rom. 1:3

Auteur: HectorServadac | geschreven op 17-08-2010

Een onbekende jood uit Palestina is de zoon van God? Romeinen in de tijd van Paulus vinden het niet vreemd dat er wordt gesproken over een godenzoon. Een grote heerser werd als een zoon van God beschouwd, en de keizers werden na hun sterven als goddelijk gezien. Maar een joodse prediker die bovendien door het Romeinse gezag ter dood was veroordeeld? De boodschap van Paulus kan in Romeinse oren niet dwazer geklonken hebben.


Het evangelie over zijn Zoon

Tekst: Rom 1:3 het evangelie over zijn Zoon, een mens voortgekomen uit het nageslacht van David

Meteen al in het derde vers doet Paulus dan ook een poging om uit te leggen wat deze betiteling van Jezus betekent. Hoe zit het met de afkomst van deze mens? Waar komt hij vandaan? En waarop berust zijn macht? Over de afkomst spreekt Paulus in het derde vers, en over de macht zal hij spreken in het vierde vers.

Meteen wordt ook duidelijk wat voor Paulus het evangelie inhoudt. Het is de boodschap van God aan de mensheid volgens het tweede vers, maar die boodschap heeft maar een enkele inhoud: de persoon en de geschiedenis van Jezus. Het evangelie zoals Paulus het verkondigt is dus, in moderne termen, Christocentrisch. Alles wat God aan de mensen wil zeggen, zegt hij met een door middel van Jezus.

Dat zal straks ook uitlopen in een prachtige samenvatting van het evangelie in het vierde vers: deze Jezus Christus is Heer. Daarmee is eigenlijk alles gezegd. Dat Jezus Christus de Heer is, is de zin van de geschiedenis, van de tijd van onze wereld. De komst van Jezus in deze wereld is het moment dat de goddelijke wereld, de wereld van de schepping, van de verzoening en van de verlossing dwars door onze wereld heen snijdt. En dat gebeurt niet in een of andere spirituele meditatie, maar heel concreet en historisch in de geschiedenis van Jezus.

Het is daarom van belang de naam Jezus Christus altijd te blijven zien als een historische aanduiding. Het is een moment in de geschiedenis waarin tijd en eeuwigheid elkaar raken en vanuit de goddelijke wereld een nieuwe betekenis aan al onze tijd gegeven wordt.

Enkele woorden uitgelicht:

zijn Zoon
de uitdrukking Zoon van God is in eerste instantie een titel en geen aanduiding van een bijzondere wezen. De zoon van God is volgens psalm 2:7 degene die God verkiest om de verlossing van zijn volk en uiteindelijk van de mensheid tot stand te brengen. Hij is degene die God representeert tegenover de mensen, en de mensen representeert tegenover God. Het is dus de titel voor de koning in zijn functie als bemiddelaar tussen God en het volk en God en de mensheid.
Er zijn verschillende redenen te geven voor het gebruik van de ter een zoon van God voor Jezus.
1. Het is mogelijk dat de apostelen die onder de indruk waren van de manier waarop Jezus zelf over God als zijn vader gesproken heeft vooral in de vorm van het gebed. Denk maar aan het Onze Vader. Jezus staat in een unieke relatie tot God waarin zijn leerlingen gaan delen.
2. Het is mogelijk dat de titel zoon van God eerst gebruikt werd in de zin van de Messiaanse koning, maar vandaaruit zich verder ontwikkelde, mede onder invloed van de manier waarop de Romeinen spraken over de keizer.
3. Omdat ook engelen gezien werden als zoon van God, zoals in Genesis 6:2, is het denkbaar dat de term de zoon van God in gebruik kon vanwege de opvatting dat Jezus uit de hemel afkomstig was, een goddelijke boodschapper was.
Het meest waarschijnlijke is een combinatie van 1. en 2.

een mens
Met de term "een mens" wilde Paulus niet per se het voor de hand liggende onder woorden brengen. Wat hij hier ongetwijfeld wil afwijzen is de neiging om de titel zoon van God op de Romeinse manier op te vatten. Jezus is niet de naam van een van de vele goden of goden zonen. Het bijzondere is niet dat hij een menselijke keizer was die werd vergoddelijkt, noch dat hij van meetaf aan een van de personen was in de wereld van de goden. In Romeinse oren moet het heel vreemd hebben geklonken dat Jezus tegelijkertijd zoon van God en een mens was. De dubbelheid van Jezus persoon wekt ergernis op - en dat doet het vandaag nog steeds. Toch is dat juist de krachtige inhoud van de boodschap van Paulus.

voortgekomen
Het woord voortgekomen kan ook worden vertaald als "geboren". Het is niet de bedoeling hiermee naar de geboorte als een historische gebeurtenis te verwijzen, maar eerder naar de status. Jezus is iemand die net als alle mensen geboren is. Het bijzondere van Jezus ligt niet daar in dat hij als een engel uit de hemel is neergedaald, of dat een of andere godheid zich van zijn lichaam heeft bediend om in deze wereld rond te lopen.
De uitspraak van Paulus in dit vers bestaat op gespannen voet met de intentie van de evangelisten Matteus en Lukas. Die beiden hebben in hun geboorte verhalen steeds het bijzondere karakter van Jezus' herkomst willen benadrukken. Voor Paulus is dat hier in het geheel niet nodig.

nageslacht van David
Dit is een duidelijke bewering dat Jezus de gezalfde Zoon van David was, de Koninklijke Messias en daarmee de vervulling van de profetische hoop van Israël. Door het hele Nieuwe Testament heen wordt Jezus' afkomst uit het geslacht van David benadrukt. Het wordt eenvoudigweg als vanzelfsprekend aangenomen. Daar kun je twee kanttekeningen bij plaatsen. In de eerste plaats: het was blijkbaar onmogelijk om de Messiaanse claim van Jezus te verdedigen zonder te stellen dat hij afkomstig was uit het nageslacht van David. In de tweede plaats: de implicaties van deze koninklijke status worden in het nieuwe testament bijna niet gebruikt. De nationalistische en politieke betekenis verschijnen hier en daar in de marge, zoals in het geboorte verhaal van Matteus. Maar de aandacht is al snel verschoven naar andere elementen van Jezus' geschiedenis en betekenis.

Naar het vlees
Het woord "vlees" bij Paulus duidt de mens aan zoals hij wordt gekenmerkt en bepaald door zijn sterfelijkheid. Dan gaat het dus over zijn zwakte, zijn concrete relaties, behoeften en verlangens. Met de uitdrukking "naar het vlees" wordt de afkomst van Jezus uit het geslacht van David weer gerelativeerd. De rol van Jezus als Heer en Verlosser kan alleen worden gezien "naar de geest" en niet volgens de concrete feiten. Elke poging om de religieuze betekenis van Jezus te ontdekken door een historisch onderzoek naar de feiten van zijn menselijke leven, moet dus ook op een mislukking uitlopen. Er is geen groter contrast denkbaar tussen het evangelie van Paulus, dat is Gods blijde boodschap over zijn zoon, en de historische Jezus, dat is: de menselijke reconstructie van Jezus naar het vlees. Zodra we nadenken over de zogenaamde historische Jezus hebben we al een beslissing genomen over de waarde van het evangelie.