InfoCash

Artikel

Wie is de Zoon van God? Rom. 1:4

Auteur: HectorServadac | geschreven op 17-08-2010

Wie is dan eigenlijk de Zoon van God volgens het evangelie? In het evangelie gaat het over de Zoon. Volgens Paulus is het Gods evangelie, Zijn boodschap. Uiteindelijk gaat het dus om wat God over zijn Zoon te vertellen heeft. Dat is geen boodschap die wij beoordelen of bedenken. De pretenties van het evangelie is, dat het gaat de daden van God. Religie is een poging van mensen om verhalen op de goden te bedenken. Maar het evangelie is volgens Paulus de minste een verhaal dat God vertelt.


De zoon naar de geest

Tekst: Rom 1:4 aangewezen als Zoon van God en door de heilige Geest bekleed met macht toen hij, Jezus Christus, onze Heer, opstond uit de dood.

De echte betekenis van Jezus ligt niet in zijn historische leven. Daarom heeft het geen zin om alleen maar op zoek te gaan naar de zogenaamde historische Jezus. Het concrete leven van Jezus doet er wel toe, en daarom heeft Paulus ook gesproken over de afkomst van deze mens uit het geslacht van David. Maar op die wijze kun je de volledige betekenis van Jezus niet vatten. Uiteindelijk gaat het om de betekenis die de schepper van hemel en aarde aan het leven van Jezus heeft gegeven. Wat Jezus ook "naar het vlees" zijn mag, uiteindelijk gaat het in het evangelie om wat hij is "naar de geest."
Met andere woorden, we moeten Jezus leren zien als de Christus. Elke andere benadering maakt de kern van de zaak onzichtbaar. Anders zou je moeten denken dat mensen een mythische figuur hebben gemaakt van een concreet mens. Maar dat is geen evangelie! Dat is zonder enige meerwaarde een religieuze illusie die thuishoort in de godsdienstgeschiedenis: en dat is dan de geschiedenis van menselijke verlangens en illusies. Jezus begrijpen als de Christus leidt ons naar een vooralsnog onbekend terrein, dat van de goddelijke wereld die op dit moment van de opstanding onze aardse werkelijkheid doorsnijdt.

Paulus heeft in het derde vers eerst gesproken over de afkomst en de menselijkheid van Jezus, om misverstanden bij de Romeinen af te weren die gewend waren over zonen van God te spreken. Nu in het vierde vers komt hij te spreken over Jezus' macht en positie. Interessant is dat Paulus niet spreekt over de wonderen en tekenen die in het verleden liggen, maar kijkt naar de actualiteit. De positie van Jezus als de ware koning over de mensheid blijkt niet uit het verleden, maar uit het heden: uit het feit namelijk dat deze Jezus nu onderdanen in de hele wereld heeft. Met andere woorden, er zijn in het heden getuigen van Jezus' koninklijke status.

Heel bijzonder in dit vers is de aanwijzing, dat de autoriteit van Jezus niet alleen maar op zijn status berust maar ook op zijn macht. Dat wil zeggen dat Jezus gezien wordt als een persoon die handelt in deze wereld. Niet indirect door middel van de heilige Geest, en niet indirect door middel van de leerlingen die zijn voorbeeld volgen. Wanneer gezegd wordt dat Jezus deelt in de macht van God (bekleed met macht) dan betekent dat dat Jezus werkelijk en in volle zin actief is in deze wereld.

Enkele woorden uitgelicht:

aangewezen
Het woord "aangewezen" duidt op een daad van God waarin Jezus een bepaalde status heeft gekregen. Het woord "aangesteld" is dan ook eigenlijk duidelijker dan "aangewezen". Het moment van deze aanstelling is niet de doop van Jezus door Johannes de Doper, maar de opstanding van Jezus uit de doden. De troon die Jezus hiermee bestijgt, bezat hij niet vanaf eeuwigheid. Deze koninklijke waardigheid heeft hij gekregen.

naar de heilige Geest
Een betere vertaling is: "naar de geest van heiligheid". Natuurlijk wordt daarmee de heilige Geest bedoelt, de geest die door heiligheid wordt gekenmerkt. Paulus wil hiermee zeggen dat de nieuwe positie die Jezus heeft gekregen een uiting is van Gods wijsheid en macht zoals die over de mensheid en de hele schepping wordt uitgeoefend. De toevoeging "heilig" wil vooral de autonomie en de zuiverheid van deze werkingen van de Geest benadrukken.

bekleed met macht
Door de opstanding verwierf Jezus een goddelijke macht. Nu gaat het niet meer over de status van Jezus als de ware koning, maar om het delen in de macht van God zelf. Er wordt hiermee gezegd dat Jezus in staat is door en aan mensen te handelen. Jezus wordt nu gezien als iemand die in de kracht van de geest nog voortwerkt in deze wereld.

onze Heer
De volledige uitdrukking is: "Jezus Christus onze Heer." Je zou de vraag kunnen stellen: wat heeft God dan te zeggen in zijn evangelie over zijn zoon? Welnu, precies dit: dat Jezus Christus de Heer is. Ongeveer 230 maal komt het woord Heer voor in de brieven van Paulus als aanduiding van Jezus Christus. Vaak wordt deze titel in verband gebracht met de opstanding. Dit is het eigenlijke doel van Jezus' komst in deze wereld en daarmee het eigenlijke doel van het evangelie. Evangelie betekent immers en zeker in Romeinse ogen, het bericht over de inauguratie van de nieuwe heerser. Welnu het verhaal van de opstanding veel meer dan de verhalen over Jezus' geboorte gaan over deze aanstelling of inauguratie van Jezus als de waarachtige koning van de wereld.

opstond uit de dood.
In deze woorden ligt een moeilijkheid besloten. De inauguratie van Jezus heeft uiteraard te maken met de opstanding van Jezus zelf. Maar dat wordt hier niet rechtstreeks zogezegd. Letterlijk staat hier "uit opstanding van doden" en er staat niet "uit zijn opstanding uit de doden." De opstanding van Jezus is blijkbaar volgens Paulus niet één enkele en unieke gebeurtenis, maar feitelijk het begin van de algemene opstanding der doden. En is dit het begin van de algemene opstanding die tegelijkertijd als de inauguratie optreedt.

Jezus wordt door Paulus dan ook aangeduid als de "eersteling uit de doden." Op deze manier heeft de opstanding dat wil zeggen de inauguratie van Jezus niet alleen betekenis voor het heden, maar wordt er meteen ook de toekomst mijn aangeduid. De kern van Jezus' koningschap is een daad van bevrijding: een bevrijding uit de macht van de dood.
Theologisch gezien wordt het nu de vraag of we deze bevrijding uit de macht van de dood letterlijk moeten nemen in de zin van een eeuwig voortleven, of figuurlijk dan wel politiek, als het herstel van de gerechtigheid op deze wereld. Met andere woorden is de bevrijding hier uitgedrukt in een metafoor, als een bevrijding uit de macht van de dood, en staat de dood in werkelijkheid voor de macht van de chaos dus voor zoiets als onrecht en zonde? Het lijkt erop dat bij Paulus dit onderscheid tussen een letterlijke betekenis en een figuurlijke of politieke betekenis nog niet gemaakt heeft.