InfoCash

Artikel

Hemels staatsburgerschap

Auteur: HectorServadac | geschreven op 17-08-2010

Er zijn nogal wwat teksten in het Nieuwe Testament die op een of andere manier tot uitdrukking brengen dat Christenen totaal andere mensen zijn geworden dan niet-christenen. Dat betekent helemaal niet dat ze 'beter' zijn in een of andere morele betekenis. Wel dat ze andere oogmerken en richtlijnen hebben op grond van hun geloof. Wat betekent nu dit ene idee van het 'hemelse staatsburgerschap'?



Identificatie met Christus

Dit zeggen de teksten:
Fil. 3:20 Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten.
Kol. 3:1 – 4 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. 3 Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. 4 Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. (NBG)

Het evangelie van het kruis heeft gevolgen. In de navolging van Christus identificeren wij ons met Hem. Wat Christus is overkomen, wordt door Paulus en anderen in het NT op ons leven toegepast. Zijn dood wordt in zekere zin een kenmerk van ons leven – als wij ons met Hem solidair verklaren. Dan kan gezegd worden dat wij “met Christus gestorven zijn.” Zijn opstanding wordt een realiteit in ons leven – als wij kiezen om Hem te belijden. Dan kan worden gezegd dat “wij met Christus opgewekt zijn.” Zijn relatie tot God Zijn vader wordt ook de onze – als Zijn leven tot ons leven wordt. Daarover zegt de apostel Johannes dat wij “leven uit God hebben”. De hemelse roeping betekent: dat geheel ons leven in de geschiedenis van Jezus wordt opgenomen.

Nieuwe vrijheid

Het sterven met Jezus betekent praktisch ook een nieuwe vrijheid. “Indien gij met Christus afgestorven zijt aan de wereldgeesten” zegt Paulus in Kol 2:20, dan moet je je geen geboden laten opleggen. Wie gestorven is, is immers bevrijd van alle verplichtingen van het gewone natuurlijke leven. Wie in deze wereld leeft, is onderworpen aan de machten en krachten die het leven bepalen. De “wereldgeesten” leggen ons voortdurend beperkingen op: niet aanraken, niet proeven, niet aanroeren. Het zijn deze geboden waarmee in deze wereld onze vrijheid aan banden wordt gelegd. Allerlei vormen van godsdienstigheid, van politieke en sociale “correctheid” dwingen ons in een keurslijf. Het gaat dan om “eigenmachtige” godsdienst die alleen dient tot “bevrediging van het vlees.” (Kol 2:23). Dat zijn echter niet de geboden van Christus.
Wie met Christus is gestorven is geroepen om vrij te zijn van deze machten, van al deze menselijke geboden en voorschriften. Als het kruis de onmacht van alle menselijke religie aantoont, dan geldt voor een Christen die zich met het kruis identificeert, dat hij van die machten bevrijd is. Dan hebben ze geen geldigheid meer. We kunnen weliswaar niet zonder vormen van religie, van rituelen varierend van kaarsen tot vrome gevoelens, maar dat is allemaal bijzaak. Het gaat om de waarheid van Gods koninkrijk, om Jezus Christus zelf.

Nieuw leven

Dat is geen vrijbrief voor anarchie. Wie zich met de geschiedenis van Christus identificeert, heeft ook deel aan de opstanding van Jezus. “Indien gij met Christus opgewekt zijt”, dan is er een toestemming en een uitnodiging om ook te leven in overeenstemming met die waarheid. Een leven naar “hemelse norm” is dan voor ons weggelegd. Onder gezag van Christus.
Christus leeft, en krijgt in bijbels taalgebruik een “plaats” aangewezen. “Boven” d.w.z. boven ons uit, heersend boven alle macht uit, is Christus “gezeten aan de rechterhand Gods”. Hij is de Heer van de geschiedenis, die leeft. De “hemel” is een woord om dat deel van de schepping te benoemen, dat een imaginaire grens tussen de schepping en Gods werkelijkheid inhoudt. Wat zich in de hemel bevindt, is goddelijke werkelijkheid die wel aan ons is geopenbaard, maar nog niet zichtbaar op aarde is gerealiseerd. Het staat te komen, het is beloofd, het is reeds geldig, maar nog niet zichtbaar. In die “regio” bevindt Christus zich voor het oog van het geloof. In die regio, grensgebied van God en mensheid, bevinden ook wij ons door het geloof. “Ons leven is”, zegt Paulus, “verborgen met Christus in God.” Ons leven is “in de hemel” omdat Christus daar leeft, en wij leven hebben door Hem.