InfoCash

Artikel

Wat is bijgeloof?

Auteur: HectorServadac | geschreven op 19-08-2010

Iedereen kent wel voorbeelden van bijgeloof. Niet onder een ladder doorlopen, bang zijn voor vrijdag de 13e, een zwarte kat die jouw pad kruist. Maar wat is bijgeloof nu filosofisch?


Het woord bijgeloof

In het algemeen betekent "bijgeloof" een dwaas, onzinnig geloof, dat wil zeggen een of andere overtuiging. Sinds de 15e eeuw wordt het wordt gebruikt om alle volkse wijsheden aan te duiden die uit de gemeenschappelijke ervaring of uit oude mythen en legenden voortkomen.
Een standaarddefinitie is deze:

"Bijgeloof is het geloof aan de werking en de waarneming van krachten die niet volgens natuurwetten te begrijpen zijn en die zich verzetten tegen de religieuze overtuigingen."

In deze definitie is het bijgeloof dus vooral tegen het geloof zelf gericht. Het gaat om overtuigingen die afwijken van de heersende geloof richting.

Immanuel Kant over bijgeloof

De filosoof Immanuel Kant beschouwde het bijgeloof als een vooroordeel. Volgens hem ging het vooral om overtuigingen over bepaalde zichtbare verschijnselen. Men stelt zich in het bijgeloof voor dat een verschijnsel niet volgens de natuurwetten tot stand komt. Men probeert dus bijvoorbeeld de ideeën en regels die uit de moraal komen toe te passen op natuurverschijnselen. Het opkomen van de zon in het oosten laat zich volgens natuurwetten verklaren. Het is bijgeloof om te denken dat de zon opkomt in antwoord op religieuze handelingen van mensen.
Als een bijzonder geval van bijgeloof zag Kant de overtuiging dat religieuze handelingen in een of andere cultus in staat zouden zijn om de mens bij God aangenaam te maken.

Bijgeloof als volksgeloof

De dichter Goethe had weer een andere opvatting over bijgeloof. Volgens hem staat het bijgeloof niet tegenover het geloof, maar tegenover het ongeloof. Zwakke, kleine mensen hebben niet de kracht om te geloven terwijl grootmoedige en energieke figuren de neiging hebben om bijgelovig te zijn. Ongeloof is dus een zwakte en bijgeloof een kracht volgens Goethe.
Maar in beide gevallen gebruikt de mens de verkeerde middelen om zijn behoefte aan waarheid te bevredigen. Zowel het bijgeloof als het ongeloof zijn het resultaat van een gebrek aan denkkracht.