InfoCash

Artikel

Moet de overheid orgaandonatie verplicht stellen?

Auteur: JoostB | geschreven op 29-10-2010

Afgelopen jaar heeft de overheid een grote campagne over orgaandonatie gehouden, in de hoop dat meer Nederlanders zich beschikbaar stellen voor het afstaan van organen of weefsels na hun dood. Veel heeft de campagne niet geholpen; nog steeds is er een tekort aan orgaandonoren. Ongeveer 5,3 miljoen Nederlanders staan ingeschreven in het donorregister, waarvan er slechts 3 miljoen daadwerkelijk bereid zijn donor te worden. Dit is ondanks de campagne nog steeds veel te weinig. Wel is er zes jaar geleden voorgesteld een wet te maken dat orgaandonatie verplicht is, actieve orgaandonatie. Men krijgt meerdere brieven in de bus met de oproep om donor te worden. Als hier niet op gereageerd wordt, krijgt hij een brief met de mededeling dat hij als donor staat geregistreerd. Hij heeft dan zes weken om het alsnog ongedaan te maken. Het leek een goed voorstel, maar helaas is deze niet in de wet opgenomen. Nu is er nog steeds weinig vooruitgang in het aantal donoren.
Daarom de vraag: Moet de overheid orgaandonatie verplicht stellen?


.

Niet alle organen en weefsels zijn geschikt voor donatie. De organen die ervoor gebruikt kunnen worden zijn de lever, longen, hart, nieren, alvleesklier en de dunne darm. Weefsels die geschikt zijn voor transplantatie zijn botweefsel, kraakbeen en pezen, hartkleppen en bloedvaten.
Orgaandonatie is vrijwel alleen mogelijk als de donor is overleden in een ziekenhuis. Dit komt omdat organen zuurstofrijk bloed nodig hebben om geschikt te blijven voor transplantatie. Daarom moet de overleden donor constant kunstmatig beademd worden, wat alleen in een ziekenhuis mogelijk is.
Het doneren van weefsels kan bijna altijd, omdat dit niet zuurstofrijk bloed nodig heeft.
Na een hartstilstand kunnen organen soms ook nog gedoneerd worden. Deze wordt non-heart-beating donatie genoemd. Meteen na een hartstilstand van de donor, doorspoelt de arts de organen met een vloeistof waardoor de organen goed blijven. Het moet om die reden echter ook in een ziekenhuis gebeuren.
De kwaliteit van de donoren moet natuurlijk ook goed zijn. Daarom zijn er uitsluitingsgronden gemaakt, waarmee beoordeeld kan worden of de overledene ook daadwerkelijk donor kan zijn. Deze zijn: leeftijd, ziekte, en tatoeage en piercing van de donor zes maanden voor overlijden. De leeftijd verschilt sterk bij het beoordelen of iemand donor kan zijn. Voor elk orgaan of weefsel geldt een andere leeftijdsnorm.
Na orgaandonatie kan de overledene gewoon begraven of gecremeerd worden; voor de nabestaanden zijn er geen zichtbare sporen van transplantatie.

Zoals eerder genoemd zijn er te weinig donoren. Vorig jaar stonden er 1300 mensen op de wachtlijst voor orgaandonatie, waarvan er 150 overleden. Ook is de wachttijd op een donor veel te lang; gemiddeld een jaar. Een probleem, waar echter een simpele oplossing voor is: meer donoren. Maar mensen zijn vaak bang om zich als donor op te geven, of het is ‘te veel gedoe’. De mensen bedoelen hiermee het invullen van een formulier, waarop ze ‘ja’, ‘nee’ of ‘ik laat het aan mijn nabestaanden over’ kunnen antwoorden.
Ook is de oorzaak van te weinig donoren dat mensen een specifieke dood moeten hebben. Ze moeten meestal op een intensive-care afdeling overlijden, omdat de organen dus goed doorbloed moeten blijven. De meeste Nederlanders sterven echter niet in het ziekenhuis.

Het probleem dat er te weinig mensen overlijden in het ziekenhuis, is niet zomaar op te lossen. Dit is echter een klein probleem. Het grootste probleem blijft dat er te weinig mensen donor willen zijn. Wat de overheid nu aan het probleem doet is niet veel meer dan reclame maken, en campagne voeren. De beste oplossing zou daarom misschien kunnen zijn dat de overheid orgaandonatie verplicht stelt. Hier kleven natuurlijk een aantal voor- en nadelen aan.

Een nadeel kan zijn dat de patiënt nog steeds zijn leven lang medicijnen moet slikken tegen de bijwerkingen van zijn donororgaan en tegen de afstotingsverschijnselen. Als de patiënt dit doet, is hij er nog niet zeker van dat het orgaan niet verstoten wordt. Men kan dan betwijfelen of de kwaliteit van het leven van de patiënt er dan op vooruit gegaan is. En mocht het fout gaan, en de patiënt wordt nog zieker dan voorheen door bijvoorbeeld infecties, dan zullen de nabestaanden van de donor misschien spijt dat ze ervoor hebben gekozen, of zijn er in ieder geval niet blij mee.
Een ander nadeel is dat de mens meer als een machine wordt beschouwd dan als een levend wezen. Als er een onderdeel van het lichaam kapot is, kan het gewoon vervangen worden. Dit is een onnatuurlijke manier van genezen. Wat is het lichaam van de mens dan meer dan dat van een machine?

Met al deze nadelen lijkt het niet verantwoord voor de overheid om orgaandonatie verplicht te stellen. De overheid zou al deze dingen niet voor de mens mogen beslissen, aangezien er een fors aantal nadelen aan zit.

Er zijn ook wel argumenten tegen deze nadelen in te brengen. In veel medische ingrepen of behandelingen worden wel meer mensen op onnatuurlijke wijze genezen of de levenskwaliteit verbeterd. Als het been van een persoon eraf moet worden gehaald, vindt niemand het erg dat er een kunstbeen voor wordt gebruikt. Terwijl dit minstens zo onnatuurlijk is. Door de nieuwe medische technieken kunnen er veel meer mensen geholpen worden, wat toch wel als een groot voordeel gezien kan worden. Het is dan ook voor iedereen anders welke organen vervangen mogen worden en welke niet. Het doneren van huid bijvoorbeeld is verantwoord voor sommige mensen, terwijl harttransplantatie te ver gaat.
Natuurlijk verloopt het transplanteren van organen lang niet altijd slecht, en is het doneren beter voor de patiënt dan wachten op een andere genezing, aangezien hij dan de kans heeft te overlijden.
De gemiddelde mens leeft liever, al dan niet met bijwerkingen, dan dat hij sterft.
De Protestantse en Rooms-katholieke kerk is voor orgaandonatie, omdat het altruïsme daar een grote rol speelt. Altruïsten zijn volledig gericht op het belang van de ander, en niet op die van zichzelf. Orgaandonatie past hier perfect in, aangezien het alleen maar positief werkt voor een ander, en niet voor jezelf. Maar of zij ook voor verplichte orgaandonatie zouden zijn?
Een groot voordeel van het verplicht stellen van orgaandonatie door de overheid is dat de wachtlijsten voor donoren drastisch ingekort zal worden, en dat het hele probleem van een tekort aan donororganen in één keer is opgelost. Mensen die twijfelen of ze willen doneren hoeven dat niet meer te doen; ze moeten wel. Daar zullen sommigen zelfs blij om zijn.

Conclusie

Kortom, het verplicht stellen van orgaandonatie kan van verschillende kanten worden bekeken. Men kan er tegen zijn met de argumenten dat het leven van de patiënt er helemaal niet op vooruit hoeft te gaan, omdat hij nog steeds bijwerkingen kan krijgen als het getransplanteerde orgaan niet ‘matcht’ met het lichaam. Ook kan de mens als machine gezien worden, aangezien er gewoon een onderdeel van het lichaam vervangen wordt. Hier lijkt de waarde van het lichaam dan ver te zoeken.
Hier is echter tegenin te brengen dat veel meer medische behandelingen niet altijd op de ‘natuurlijke’ wijze gaan. Veel meer mensen worden op onnatuurlijke manier geholpen; die gaan dan niet klagen over dat het onnatuurlijk zou zijn. Orgaandonatie verloopt vaak genoeg naar wens, en de mensen zijn dan ook blij dat ze een orgaan gedoneerd hebben gekregen. Zij hebben liever een leven dat iets minder is, dan dat ze overlijden. Verder is het probleem van een tekort aan donororganen opgelost als de overheid het verplicht stelt, aangezien iedereen dan wel moet.
Als de nadelen zwaarder wegen dan de voordelen, lijkt het niet goed om het doneren van organen verplicht te stellen. Als de voordelen daarentegen geloofd moeten worden, zou het de beste uitkomst zijn om orgaandonatie toch verplicht te laten stellen door de overheid. Uiteindelijk moet ieder voor zichzelf bepalen wat wel of niet verantwoord is wat orgaandonatie betreft.