Sprongen bij kunstschaatsen
Auteur: andredierick | geschreven op 12-03-2010
Kunstschaatsen is al vele tientallen jaren een zeer populaire vorm van schaatsenrijden. Om het hoogste niveau te halen is er zeker sprake van topsport. Alle vormen van dans en bewegen op muziek worden tot in de perfectie uitgevoerd. Bij het solo-rijden wordt door de deelnemers een zogenaamde kür gereden. Daarnaast bestaat paarrijden, ijsdansen en als nieuwste vorm synchroonschaatsen.
Drievoudig en viervoudig
De bewegingen op het ijs bestaan uit allerlei passen, elementen en sprongen. Rijders die tot de wereldtop willen horen dienen de sprongen drievoudig uit te voeren en zelfs wordt een aantal sprongen al viervoudig om de as van het lichaam gedraaid. Er zijn daarbij sprongen die "Toe jumps" en "Edge jumps" worden gesprongen. Bij "Toe jumps" mag één voet in het ijs geprikt worden om gemakkelijker in de lucht te komen en bij de "Edge jumps" wordt van de linkerkant of rechterkant van de schaats weggesprongen.
Cherryflip
De Cherryflip is de makkelijkste sprong en wordt daarom vaak gebruikt in combinaties met andere sprongen. Bij de Cherryflip glijdt de schaatser achteruit op de buitenkant van zijn rechterschaats, prikt de linkerschaats in het ijs en draait naar links.
Flip
De Flip is de makkelijkste sprong op één na en lijkt erg op de Cherryflip. Het verschil tussen de twee is dat de schaatser bij de Flip achterwaarts glijdt op de linkervoet, de rechterschaats in het ijs prikt en naar links draait.
Lutz
De Lutz lijkt weer op de Flip. Ook daarbij gebruikt de schaatser zijn rechtervoet om in het ijs te prikken maar springt daarbij vanaf de buitenkant van de linkervoet. Gebleken is dat vooral Amerikaanse dames hier moeite mee hebben. Zij wisselen op het laatste moment van de buiten naar de binnenkant wat ook wel spottend Flutz wordt genoemd.
Salchov
Zoals alle sprongen genoemd zijn naar de naam van de bedenker zo is de Salchov genoemd naar de Zweed Ulrich Salchov. Hij introduceerde de sprong al rond 1900. De schaatser springt weg vanaf de linker achterkant van zijn linkervoet, gooit zijn rechterbeen op en draait, tegen de klok in, naar links. De Salchov behoort bij de "Edge jumps".
Rittberger
De Rittberger wordt ook wel Loop genoemd. Het is een van de moeilijkste sprongen. De Rittberger kun je goed herkennen omdat de schaatser begint naar achteren te glijden op twee voeten met de linkervoet gekruist voor de rechter. Daarna springt de schaatser weg vanaf de rechtervoet, achterwaarts buitenwaarts waarbij de voeten gekruist gehouden worden en draait dan naar links. Deze sprong is bedacht door de Duitser Werner Rittberger die maar liefst elf keer Duits kampioen werd.
Axel
De moeilijkste van alle sprongen is de Axel. De Axel is de enige sprong die van de voorkant af wordt gesprongen. Uiteindelijk moet de schaatser aan de achterkant landen en moet dus een halve draai meer maken dan alle andere sprongen om goed uit te komen. Bij een drievoudige Axel moet dus drie en een halve keer worden rondgedraaid. De schaatser springt weg van de linkervoet en leunt op de voorkant, buitenkant.