InfoCash

Artikel

Toscaanse pareltjes

Auteur: nelina | geschreven op 22-04-2010

Toscane is niet voor niets zo populair: prachtige landschappen, lekker eten en niets is leuker dan rondkuieren in gezellige straatjes om de 'couleur locale' op te snuiven. Het is handig als je een auto hebt om van het ene naar het andere dorpje te rijden maar met het openbaar vervoer geraak je er ook. Je hebt er wat meer geduld voor nodig maar zo ontdek je andere plaatsen waar je anders aan zou voorbijgaan.


Pienza - Montepulciano

Pienza werd gesticht in 1405 in het dorp Corsignano. Paus Pius II liet er van 1459 - 1462 zijn ideale stad bouwen. Zo wou hij aanzien geven aan het onbekende dorpje waar zijn adelijke maar verbannen familie beland was. Gezellige straatjes, verborgen tuintjes, slechts enkele toeristen, de geur van pecorino (schapenkaas) en wijnwinkeltjes. Aan de rand van dit pittoreske dorp zie je het Toscane van de ansichtkaarten, een groen-geel lappendeken, de rechte lijnen op de akkers waar de ronde strobalen liggen te wachten, velden vol zonnebloemen, spitse cipressen op de heuvelkammen, blauwe lucht en de schaduw van voorbijzwevende wolken.
Een van de hoogst gelegen steden in Toscane is Montepulciano, vooral gekend om de wijn. Kronkelige steegjes, vele Renaissance-monumenten en een verbluffend uitzicht op de omgeving.

Cortona

Meer naar het Noorden bevindt zich Cortona. Bij aankomst word je onmiddellijk betoverd door het prachtige panoramische zicht over de vlakte. In juli en augustus is het zeer toeristisch maar deze Etruskische binnenstad geeft je echt het gevoel in de Middeleeuwen of in de Renaissance rond te lopen. Er loopt een aangename wandelweg naar de kerk op de top van de heuvel.

Colle di Val d'Elsa

Via Asciano rijd je doorheen het bevreemdende Le Crete, verbluffende maanlandschappen met turquoise plassen.

Voorbij Siena vind je Colle di Val d'Elsa. Het middeleeuwse centrum ligt tegen een heuvel aan en bezit palazzi, herenhuizen en kerken. Dankzij de zorgvuldige restauratiewerken zie je hier duidelijk de verschillende bouwlagen uit de verschillende periodes. Wat Colle de Val d'Elsa bijzonder maakt, is hun Palio. Deze is niet zo spectaculair als die van Siena en vooral veel minder bekend. Desalniettemin kan je hier de sfeer opsnuiven en de spanning voelen van de inwoners die dit feest heel serieus nemen. Ieder gehucht stelt tijdens de stoet zijn renner voor, met fanfares die voor en achter elk team lopen. Oorspronkelijk liet men in deze 'plattelandsversie' van de Palio ezeltjes rennen, maar men is toch overgeschakeld op paarden. Toeschouwers volgen de stoet met de deelnemende paarden tot aan de renbaan en nemen plaats op de heuvelflank. De race zelf duurt hooguit één minuut. De winnaar is uiteraard het paard dat het eerste over de eindstreep gaat, met of zonder ruiter.