InfoCash

Artikel

De reis van Magalhães deel 1

Auteur: vincentR | geschreven op 29-08-2010

Magalhães was een ontdekkingsreiziger die vastbesloten was om de doorgang naar de Stille Zuidzee te ontdekken. Tijdens de reis moest Magalhães veel tegenslagen verwerken.


De zoektocht naar de Stille Zuidzee

Op 20 september 1519 verliet de vloot van Magalhães de Spaanse haven Sanlucar de Barrameda.
De zes dagen durdende reis naar de Canarische Eilanden, waar de vloot nog meer voorraden insloeg, verliep spoedig. Op 13 december 1519 voer de vloot de Baai van Rio de Janeiro binnen.
Met Kerstmis bevond de vloot zich nog steeds in de baai. Magalhães wist dat hoe zuidelijker hij kwam, des te korter de dagen werden. Hij wilde daarom niet meer tijd verliezen en op 26 december 1519 liet hij de zeilen hijsen.
Na twee weken kwamen de vijf schepen bij Kaap Santa Maria, aan de zuidkust van het tegenwoordige Uruguay.
Tijdens een storm rondden ze de Kaap en kwamen plotseling terecht in een betrekkelijke windstilte. De volgende 23 dagen moeten Magalhães een bittere teleurstelling hebben bezorgd. Terwijl hij in westelijke richting voer, speurde men op zijn vloot langdurig maar vergeefs naar een doorgang naar de Stille Zuidzee.
De maand maart verstreek en nog steeds viel er geen zeestraat te bekennen. Doorgaan betekende steeds slechter weer krijgen. Op 31 maart 1520 liepen de vijf schepen Port San Julian binnen. Met tegenzin besloot Magalhães daar de winter door te brengen. De andere kapiteins hadden de hoop al opgegeven dat ze hun reisdoel zouden bereiken.
Maar Magalhães, die het al verbruid had bij de koning van Portugal, durfde niet te riskeren dat zijn opdracht mislukte.
Toen brak er muiterij uit. Magalhães ontdekte de opstand op tijd en greep snel en medogeloos in. Enkele samenzweerders werden ongehangen of gevierendeeld.
Vanaf eind juni werden de nachten weer korter en geleidelijk nam de koude af. Magalhães stuurde de Santiago naar het zuiden om de kust vast te verkennen. Vele dagen verstreken en het schip keerde niet terug. Een plotselinge storm had de Santiago doen stranden nabij Rio de Santa Cruz, ongeveer 110 kilometer naar het zuiden. Het schip was verloren en twee mannen waren te voet uitgestuurd om hulp te halen. De redding van de Santiago kostte veel tijd. Pas eind augustus verliet de vloot San Julian. Twee dagen later brengt een nieuwe storm de vier overgebleven schepen gevaarlijk dichtbij de kust.
Eerst half oktober 1520 werd koers gezet naar Rio de Santa Cruz. Precies drie dagen later kwamen zij bij de Cabo Virgenes, waar zich een zeestraat naar het westen scheen te bevinden. Het was inderdaad de waterweg waarnaar Magalhães al zoveel maanden op zoek was.
Door pure tegenslag had hij een hele winter verknoeid op een afstand van nog geen 500 kilometer er vandaan.