InfoCash

Artikel

De reis van Magalhães deel 3

Auteur: vincentR | geschreven op 29-08-2010


Toen Magalhães overleden was begon de reis naar huis. Maar die reis ging niet bepaald over rozen.


Op weg naar huis

In november 1521 werden de rijke kruideneilanden Ternate en Tidor bereikt. De bemanning van de Trinidad en de Victoria werd er uiterst gestvrij ontvangen. Zij kwamen tot rust, kochten nieuwe proviand en laadden hun schepen vol specerijen.
Toen de tijd aanbrak voor vertrek bleek dat de Trinidad in de verste verte niet zeewaardig was. Het herstel zou maanden vergen. Daarom werd besloten dat de Victoria alvast naar Spanje zou terugkeren.
In januari 1522 voer de Victoria uit. Als kapitein trad op Juan Sebastián del Cano.
Uit angst voor een herhaling van alle ellende van de heenreis besloot Del Cano wijselijk naar het westen te varen door de Straat van Malakka, over de Indische Oceaan en rond de Kaap de Goede Hoop. Hij moest natuurlijk Portugese havens mijden en oppassen voor Portugese schepen, maar dat was hem allemaal liever dan de weg via het oosten. Alle gebaande wegen omzeilend zocht de Victoria haar weg over de andere kant van de aardbol. Terwijl de Victoria naar het westen koerste, raakten haar voorraden voedsel en water langzaam op.
De ene man na de andere stierf van honger, uitputting en aan scheurbuik. Half mei 1522 rondde het schip Kaap de Goede Hoop tijdens een storm die één van zijn masten kraakte. Begin juli kwamen de eilanden van Kaap Verde in zicht.
Hier moest Del Cano wel aan land gaan, al bevond hij zich in Portugese wateren.
Del Cano wist de Portugese autoriteiten er echter van te overtuigen dat zijn schip op de terugweg was van de Nieuwe Wereld. De Victoria was, vertelde hij, uit de koers geslagen door een storm. Ze hadden dringend voedsel en water nodig. De Portugezen die wel enigszins de waarheid vermoedden gaven de Spaanse kapitein wat hij nodig had.
De Portugezen maakten het zo mogelijk dat de reis, die hun koning Manuel I zo nadrukkelijk had proberen te voorkomen, werd volbracht. Op zaterdag 6 september 1522 liep de gehavende Victoria ten slotte de haven van Sanlucar de Barrameda binnen met haar kostbare last van specerijen en haar gebroken en uitgedunde bemanning. Van de 260 bemanningleden hadden er 18 de barre reis overleefd.
Wat de mens meer dan een eeuw lang had gehoopt, was gebeurd.