InfoCash

Artikel

Verband tussen spanning en stroomsterkte.

Auteur: mrsbrainysmurf | geschreven op 06-11-2011

Een onderzoek naar het verband tussen de spanning over en de stroomsterkte door een gloeidraad van een gloeilampje. En het verband tussen de spanning over en de stroomsterkte door een constante weerstand. Dus U(spanning):I(stroomsterkte)=R(weerstand)


De onderzoeksvraag

Een onderzoek naar het verband tussen de spanning over en de stroomsterkte door een gloeidraad van een gloeilampje. En het verband tussen de spanning over en de stroomsterkte door een constante weerstand. Dus U(spanning):I(stroomsterkte)=R(weerstand).

De hypothese

De verwachting is dat wanneer de stroomsterkte en spanning groter worden, de weerstand in verhouding kleiner word. Maar hij stijgt wel.

De onderzoeksmethode  

De benodigdheden

·        Voltmeter

·        Ampèremeter

·        Gloeilampje

·        Constante (temperatuuronafhankelijke) weerstand

·        Voedingskast

·        5 verbindingsdraden

·        Potlood

·        Papier

De methode                                        

Als eerst sluit je de voedingskast aan op het stopcontact. Dan sluit je de voltmeter en de ampèremeter aan op het gloeilampje en de voedingskast. De ampèremeter sluit je in serie aan en de voltmeter sluit je parallel aan. Voordat je de voedingkast aan gaat zetten, is het beter om iemand de schakelingen te laten controleren. Zo voorkom je ongelukken. Hierna zet je de voedingskast aan. Door het draaien van de knop van de voedingskast moet de wijzer van de voltmeter op een half komen. Als je dit hebt gedaan, kijk je op de ampèremeter en ga je aflezen waar die op staat. Daarna zet je de wijzer van de voltmeter op de 1 en lees je af waar de ampèremeter op staat enz.

Dit verwerk je dan in een tabel. In de eerste kolom zet je de U (spanning=volt), in de tweede kolom de I (stroomsterkte=ampère) en in de derde en laatste kolom de uitkomst van U:I. Dit doe je dan totdat de knop van de voedingskast op de 6 komt. Dan moet je stoppen, want het lampje kan geen hogere spanning aan.  Als je klaar bent met het gloeilampje, haal je de draden uit het gloeilampje. En zet je de weerstand ervoor in de plaats. En hiermee doe je weer hetzelfde. Alleen hoef je bij de weerstand niet op te letten dat je verder gaat dan de 6. Want deze kan veel meer spanning aan.

De meetresultaten

Lampje                                                         

U (v)

I (a)

U/I

0

0

0

0,5

0,03

16,67

1

0,04

25

1,5

0,04

30

2

0,055

36,36

2,5

0,06

41,67

3

0,065

46,15

3,5

0,07

50

4

0,075

53,33

4,5

0,08

56,25

5

0,087

57,47

5,5

0,093

59,14

6

0,097

61,86

Weerstand

U (v)

I (a)

U/I

0

0

0

0,5

0,02

25

1

0,04

25

1,5

0,055

27,27

2

0,07

28,57

2,5

0,078

32,05

3

0,1

30

3,5

0,128

27,34

4

0,135

29,63

4,5

0,15

30

5

0,165

30,3

5,5

0,18

30,56

6

0,2

30

 

De conclusie

De conclusie is dat de hypothese klopt. Wanneer de spanning en de stroomsterkte groter werden, werd de weerstand ook groter maar het was niet recht evenredig met elkaar.