InfoCash

Artikel

De geschiedenis van de ijstijd

Auteur: vermeer | geschreven op 10-06-2012

Grote delen van onze aarde hebben in het verleden onder dikke lagen ijs gelegen. De ijstijden zijn periodiek aanwezig geweest met daar tussen hele warme periodes. Deze warme periodes heten interglacialen. Het interglaciaal van onze tijd is zo'n 17000 jaar geleden begonnen. Waar ijstijden door worden veroorzaakt bestaat een vermoeden. Door variaties in de aardbaan en ook de afstand tussen de zon en de aarde, bereiken zonnestralen de aarde op een ander tijdstip.


Vroegere theorieën over de ijstijd

James Hutton presenteerde in 1795 de theorie dat grote delen van de aarde op bepaalde momenten in het verleden uit ijs bestond. Tevens was James Hutton de grondlegger van de wetenschappelijke geografie. Ignaz Venetz pakte deze theorie in 1821 weer op maar kreeg tot 1836 geen aandacht. De Zwitserse Louise Agassiz raakte ervan overtuigd dat grote stukken graniet in Jura vanaf de Alpen meer dan 100 km vervoerd moesten zijn en dat het verband hield met de uitgewerkte theorieën van Ignaz.In 1837 werd door Louise Agassiz de term ijstijd geïntroduceerd en dit publiceerde hij in een boek. Doormiddel van steeds meer bewijzen dat deze theorieën klopten kreeg hij ook de overhand bij sceptici. Naast het bestaan van de ijstijd waren er ook verschillende theorieën over de duur ervan. De meeste geologen geloofde er in dat er 4 glaciale periode zijn geweest in 600000 jaar met een duur  van 50000 tot 275000 jaar. De interglaciale waarin we ons nu verkeren was volgens geologen 25000 jaar geleden begonnen en gaat nog net zo lang door of misschien nog langer. De bewijzen van de ijstijden werd gevonden in ijskappen. Daar bevonden zich stenen en ander puin waarvan men zeker wist dat deze daar niet in een korte tijd waren gekomen. In ijstijden nemen de grote hoeveelheden ijs die ook constant in beweging is, veel stenen en ander puin mee en legt dit op een andere plek, soms honderden km verder, neer.

Later ontdekt.

In de jaren 50 ontdekte men dat er in de laatste 700000 jaar minstens 7 glaciale perioden zijn geweest. Dit ontdekte Cesare Emiliani die aangaf dat een ijstijd ca elke 100000 jaar voorkomt. Deze gegevens kwamen van aanvullend onderzoek aan oceaansedimenten, pollengegevens en ijsmonsters. Daarbij zijn in een glaciale periode de temperaturen zeer koud en glaciaal warm geweest.

Hoe verliep de laatste ijstijd?

De laatste ijstijd begon ca 117000 jaar geleden en eindigde ca 17000 jaar geleden. Het toenemen van de ijskappen is in de eerste 40000 jaar gestaag en geleidelijk gegaan. Daarna vonden er volgens oceaansedimenten en ijsmonsters plotselinge veranderingen plaats. De Heinrich  lagen lieten zien dat onze ijzige aarde een aantal hevige temperatuursschommelingen heeft ondergaan. Toen een deel van de ijskap smolt en er grote stukken ijs afbraken, namen de ijsstukken grote hoeveelheden puin mee. De temperatuur fluctueerde dus heel sterk en het klimaat was dus zeer wisselvallig te noemen. Haar grootste omvang bereikte de ijskappen ca 18000 jaar geleden. De ijskappen hadden een dikte van soms wel 3 km. De totale hoeveelheid ijs word geschat op ca. 90 miljoen km3 en heeft nu een geschatte omvang van 30 miljoen km3. Het gemiddelde zeeniveau lag ook in vergelijking met nu 90 tot 120 m lager omdat veel water opgeslagen zat in het ijs. Ca 15000 jaar geleden vond er een omslag plaats in klimaat het klimaat dat we nu kennen en dateert van ca 10000 jaar geleden.