DEEL DIT ARTIKEL

Industriële revolutie en industrialisatie

Auteur: andredierick | geschreven op 16-07-2011

De term industriële revolutie slaat op de overgang van het handmatig vervaardigen van producten naar het machinaal vervaardigen. Die revolutie is begonnen in Engeland aan het eind van de achttiende eeuw en overgegaan naar de rest van Europa in het begin van de negentiende eeuw.


Stoommachine zorgde voor meer productie

De uitvinding van de stoommachine heeft een impuls gegeven aan het machinaal vervaardigen van producten. Door die uitvinding was men niet langer afhankelijk van menskracht, paardenkracht, watermolens en windmolens. Met name in de textielnijverheid konden de spinners en de wevers door de bevolkingstoename de grote vraag naar stoffen niet meer bijhouden. Door de stoommachine in de fabrieken als aandrijving te gebruiken kon veel meer textiel worden geproduceerd. Daardoor bleven de loonkosten lager.

Verdwijnen van huisnijverheid

De textielindustrie kan door die ontwikkeling als een van de aanjagers van de industriële revolutie worden beschouwd. Kleinschalige werkplaatsen groeiden uit tot grote fabrieken en door het massaal vervaardigen van de producten werden ze veel goedkoper dan met de hand gemaakte producten. Een gevolg van de industriële revolutie was dat huisnijverheid niet langer kon concurreren met de massafabricage. De beoefenaars van huisnijverheid waren daarom genoodzaakt in de fabrieken te gaan werken. Dit leidde tot een veranderde positie van mannen in hun gezin door veel afwezigheid vanwege de lange werkdagen onder vaak zware omstandigheden.

Elektriciteit verdringt stoom

In Nederland is sprake van de eerste golf van industrialisatie vanaf 1850 terwijl toch ook de landbouw en de handel een belangrijke plaats bleven innemen. Pas na de Eerste Wereldoorlog ontstond een nieuwe golf met als belangrijkste voorbeelden de oprichting van Hoogovens en de groei van Philips, die er onder meer voor zorgde dat in de fabrieken langer kon worden doorgewerkt, door de productie van gloeilampen. In die tijd hadden machines die op elektriciteit werkten de stoommachines verdrongen wat niet alleen vaak een financieel voordeel opleverde maar ook veiliger was.

Arbeidersklasse in overbevolkte wijken

Als gevolg van de industrialisatie groeiden dorpen soms uit tot stadjes met nieuwe fabrieken wat de gezondheid van de bevolking niet altijd ten goede kwam. Stoommachines bliezen dikke rookwolken over de stad uit. Mensen van het platteland trokken massaal naar die steden waardoor een nieuwe sociale klasse ontstond namelijk de arbeidersklasse die in overbevolkte wijken woonden met nauwelijks sanitair. De gemiddelde levensverwachting was laag en de kindersterfte hoog.